| De historie van Smit Slikkerveer |
|
|
|
Smit Slikkerveer is als je naar de geboortedatums kijkt het oudste (ex) Holec bedrijf. Het stamt uit 1882. Op 1 november 1882 gingen Willem Smit en Adriaan Pot naar de notaris in Ridderkerk om samen een bedrijf op te richten. Ze gaven het de naam “Electrisch-Licht-Machinen Fabriek Willem Smit & Co”.
Luchtfoto "Electro" Smit Slikkerveer 1910.
Het begin. Willem Benjamin Smit werd in 1860 in Slikkerveer geboren. Hij bezocht de openbare school in Bolnes en ging op dertien jarige leeftijd naar de vervolgschool in Rotterdam. Toen het hoofd van de school in Rotterdam overleed bleef hij thuis en heeft de school verder maar vergeten. Na een korte werkperiode bij een sloepenbouwer gaat hij bij zijn vader in diens klinknagelfabriek werken. Hij was toen 18 jaar. De machinist van de stoommachine in de klinknagelfabriek P. Kooiman had een grote belangstelling op het gebied van de elektriciteit en deed vaak proeven. En daar had Willem meer belangstelling voor dan voor de klinknagels. Willem was erg bevriend met Adriaan Pot, geboren in 1857, uit Elshout en al gauw werden er plannen gemaakt om samen een fabriekje voor elektrische verlichting op te richten. Adriaan Pot ging echter eerst naar Engeland om daar verder te studeren. Nederland was in deze periode ver achter bij andere landen en het ontbrak overal aan kennis en goede opleidingen. In de landen om ons heen ontwikkelden zich de eerste industrieën die goederen in massa konden produceren. Bij gebrek aan een octrooiwet werden buitenlandse uitvindingen domweg misbruikt.
Autodidact.
In 1880 kreeg hij binnen de fabriek van zijn vader een eigen werkplaats waar hij samen met P. Kooiman (de machinist van de stoommachine), sleutelde hij aan een eigen dynamo en met belangstelling werden zijn experimenten met elektrische machines en verlichting gevolgd. Het lukte hem uiteindelijk om het elektrisch licht regelmatig en betrouwbaar te laten branden.
De oprichting van de fabriek. De eerste opdracht voor de levering van een dynamo met booglampen kreeg hij van zijn oom. Daarna verzorgde hij dit ook in Rotterdam, Veendam en Bergen op Zoom. Op 12 april 1882 werd in het dorp Ridderkerk het elektrisch licht geïntroduceerd. In datzelfde jaar kwam Adriaan Pot afgestudeerd scheepsbouwkundig ingenieur terug uit Engeland, waar hij had gestudeerd aan de Royal Naval College te Greenwich. Het bedrijfskapitaal voor zijn bedrijf werd door de familie ingebracht. Inmiddels was door de uitvinding van Edison, de gloeilamp de vele problemen met booglampen opgelost. Maar ook verdere toepassingen van de elektromotoren in vele vormen zorgen voor veel opdrachten. Op 1 november 1882 werd de fabriek opgericht en dhr. P. Kooiman werd de eerste werknemer.(zie foto). In hetzelfde jaar werd begonnen met de bouw van de fabriek en in 1883 kwam gebouw A gereed. Dit was een fabrieksgebouw die tevens dienst deed als kantoorruimte.
Willem Smit trekt met een transportabele elektrische installatie door het hele land. De fabriek was dus zojuist opgericht, maar om de machines aan de man te brengen moest er reclame worden gemaakt, daarom werd er een een transportabele elektrische installatie ontworpen met als doel reclame voor de eigen produkten te maken. Willem trok ermee door het hele land en bezocht o.a. de landbouwtentoonstelling van Wageningen in 1883 en in juli van hetzelfde jaar de Internationale Koloniale en Algemeene Uitvoerhandel-tentoonstelling, waar verschillende machines en andere uitvindingen tentoongesteld stonden. Dit was feitelijk de Wereldtentoonstelling in Amsterdam. Smit Slikkerveer stond daar met een zelfgemaakte "Electriciteitsmachine". (zie artikel uit de Leeuwarder Courant uit 30-07-1883 onder de foto).
30-07-1883 NRC
Eerste kerk en een hotel in Nederland elektrisch verlicht. In hetzelfde jaar kreeg Smit & Co. de opdracht de R.K.-kerk Boschjes in Rotterdam elektrisch te verlichten.
In 1887 werd ook de Antoniuskerk in Rotterdam van verlichting voorzien door Willem Smit getuige onderstaand krantenartikel uit de Leidsche Courant (06-04-1887).
In 1884 werd een transportabele installatie aan het Grand Hotel Coomans in Rotterdam verkocht. (zie ook de biografie van Willem Benjamin Smit) Verlichting op stoomboten. In 1883 koos ook de Stoombootrederij Fop Smit voor haar salonrader-stoomboot Merwede I, die de verbinding tussen Rotterdam en Dordrecht onderhield, voor gloeilampen. Elektriciteit lag vanwege de stoommachines min of meer voor de hand, terwijl de mogelijkheid van booglampen in verband met de kleine ruimten aan boord afviel. De familieband met de al genoemde Willem Smit, die de installatie leverde, zal doorslaggevend zijn geweest bij de uiteindelijke keuze. Opmerkelijk was dat Smit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Edison, steeds twee lampen in serie schakelde. Hij was daartoe verplicht omdat zijn dynamo een klemspanning van 100 volt had, terwijl de 50 geïmporteerde lampen een aansluitspanning hadden van 50 volt.
In 1883 werd een gramme-dynamo met shuntbekrachtiging geplaatst in het stoomschip "de Merwede I" van Fop Smit . Deze zorgde voor de verlichting van de swann-gloeilampen en "de Merwede I" was daarmee de eerste boot in Nederland met een lichtinstallatie.
Gramme-dynamo met shuntbekrachtiging t.b.v. stoomboot "de Merwede 1" van Fop Smit (1883). Tussen 1883 en 1884 kreeg Smit Slikkerveer opdrachten van van maatschappij Zeeland om drie stoomschepen van machines en verlichting te voorzien. Zie artikel uit de Zierikzeesche courant uit 07-02-1883 (artikel links) en 05-01-1884 (artikel rechts). Klik op de kranteknipsels om in te zoomen.
Verlichting op oorlogsschepen van de Nederlandse Marine. Na goede gevolg ontving men nog een order van Koninklijke Marine voor het plaatsen van een lichtmachine voor rammonitorenschip Hr. Ms. "Buffel". Dit schip is in 1972 omgebouwd tot plezierjacht en is nu een museumboot en te bewonderen bij Maritiem Museum Rotterdam.
H.S. Ms Buffel werd in 1888 van elektrische verlichting voorzien.
Verlichting in strafgevangenissen.
Smit leverde een dynamo met een vermogen van 6,5 kW en een klemspanning van 600 volt. De dynamo maakte 800 omwentelingen per minuut en was via riemen aangesloten op een stoommachine van 295 omwentelingen per minuut.
De stoommachine werd ook gebruikt in de stoomkokerij en de drogerij van de gevangenis. De kostprijs bedroeg ƒ 16.000. Het is opvallend dat zowel in Arnhem als Den Haag ook gasverlichting werd aangelegd. In Arnhem was dat beperkt tot twee buitenlantaarns, die onder de verantwoording van de gemeente vielen.
De eerste particuliere centrale van Nederland
Tussen 1883 en 1885 waren er in Rotterdam proeven met een electriciteitscentrale geleverd door de Nederlandsche Electriciteitsmaatschappij,(NEM) (1883-1884) en NV Electriciteitsmaatschappij (Systeem de Kothinsky),(1884-1895). Deze waren niet erg succesvol, zeer klein en de techniek kwam uit het buitenland. In 1886 wordt een begin gemaakt met de bouw van de eerste echte elektrische centrale (Nederlands fabricaat) aan de met als doel het leveren van elektriciteit aan particulieren. De centrale in Kinderdijk werd op 19 april 1886 geopend. Het was een initiatief van plaatselijke fabrikanten, waarbij Willem Smit waarschijnlijk een stuwende rol speelde. Aanvankelijk bestond het debiet uit 11 straatlantaarns en 130 particuliere aansluitingen met in totaal 300 gloeilampen. In de huizen werden de lampen gratis aangelegd en vervangen. De prijs per lamp was afhankelijk van het totale aantal en schommelde tussen de ƒ 11 en ƒ 15 per jaar. Volgens ‘The Electrician’ van 26 november 1886 was dat relatief.
De centrale van Kinderdijk. De centrale werd ondergebracht in een plaatijzeren gebouwtje aan de Noord. Het benodigde ketel- en koelwater kwam via een gegraven put met een dam van takkenbossen voor filtering uit de boezem. De installatie bestond uit een ingemetselde ketel, een liggende stoommachine van 80 pk en twee Smit-dynamo's van elk 7,5 kW. elektro-mechanische vermogen werd aangevuld met het vermogen uit een aantal accu's. De dynamo's leverden stroom tot 22.00 u., daarna namen de accu's het debiet tot middernacht over. Ondanks deze en andere kleine ongemakken draaide de centrale tot ieders tevredenheid. In 1890 werd ten behoeve van de stroomvoorziening van Krimpen aan de Lek een wisselstroommachine van 6 kW met een klemspanning van 650 volt aangeschaft. Een bovengrondse leiding van 1,5 km en een concentrische kabel van 300 meter door de rivier de Lek zorgden voor het transport. In Krimpen reduceerden vier luchtgekoelde transformatoren de transportspanning tot de gebruikersspanning van 65 volt. Via een 2,5 km lange leiding werden aanvankelijk 15 lantaarns en 25 percelen van elektriciteit voorzien. Het was de eerste interlokale elektrische verbinding van Nederland en het was de eerste keer dat er wisselstroom werd toegepast. Het voortbestaan van de centrale was vanaf het begin twijfelachtig. De statuten bepaalden dan ook dat er aan het begin van elk boekjaar een algemene vergadering moest worden gehouden, waarin de tarieven aangepast konden worden aan de kosten. De directeur spoorde voortdurend aan tot zuinigheid in de bedrijfsvoering. Zelf beheerde hij belangeloos de administratie. De centrale en het leidingnet werden verzorgd door een machinist-elektricien en een stoker. Tussen 1886 en 1895 werd een totale winst geboekt van zo'n ƒ 5000. De centrale draaide tot 1915. In dat jaar nam het GEB Dordrecht de stroomlevering over.
Nijmegen is de eerste gemeente in Nederland met elektrische straatverlichting.
Waalkade met tuimellantaarn rond 1900. Nijmegen was de eerste Nederlandse gemeente waar de elektrische straatverlichting zijn intrede deed (in 1886). Het drukke verkeer op de Waal en de onmogelijkheid gasbuizen te leggen in de kade noopten tot de installatie van elektrisch licht aldaar. In 1886 werden er 10 booglampen op de Waalkade en enkele pleinen geplaatst door de firma Willem Smit en Co. uit Slikkerveer. Het bleef echter bij een gering aantal lampen. De rest van de Waalstad bleef door gaslampen verlicht. Tussen 1886 en 1894 zou daar het aantal (gas)straatlantaarns nog met 150 toenemen van 694 naar 844.
De kabel bestond uit een bundel van 12 koperdraden van elk 3 mm. De isolatie was opgebouwd uit indiarubber, lood en hennep. De 10 booglampen hadden elk een lichtsterkte van 2000 NK en werden bevestigd op zeven meter hoge tuimelpalen, waardoor de koolspitsen tamelijk eenvoudig vervangen konden worden. De lantaarns aan de Waalkade konden bij ijsgang weggehaald worden. De dynamo, de stoommachine, de booglampen en de lantaarns kwamen direct uit de fabriek in Slikkerveer.
Bron:Nijmeegsche Courant 30-06-1886
De Gelderlander 25-04-1888 In 1891 krijgen de zakelijke relaties bericht dat er een volledig nieuwe fabriek gebouwd zal gaan worden. In 1892 wees de gemeente een verzoek van een groep burgers om ook aangesloten te worden, af. In 1893 werd de centrale uitgebreid met een stoomachine en een dynamo van 11 kW en werden nog eens 15 booglampen aangelegd. Het zou tot 1908 duren voordat in Nijmegen een centrale geopend werd, die ook aan particulieren zou gaan leveren. In dat jaar werd de centrale aan de Nieuwe Markstraat gesloten. In sommige boeken wordt gesproken van een elektrische centrale aan de Ceintuurbaan, maar volgens mij heeft deze straat in Nijmegen nooit bestaan. Wellicht dat iemand mij hier meer over kan vertellen. In 1891 ontving Willem Benjamin Smit van burgemeester P.C. Bijleveld van Nijmegen een gunstig getuigschrift. Wanneer in 1913 de Staatscommisie voor de Elektriciteits Voorziening haar rapport uitbrengt, refereert zij aan dit project en geeft Nijmegen alle eer, "alhoewel de installatie slechts stroom leverde voor publieke verlichting zij toch aangemerkt kan worden als de eerste gemeente centrale van Nederland."
Waterleidingsbedrijf aan de Nieuwe Marktstraat rond 1900.(geheel links).
Gelderlander 01-07-1886
Eerste proefneming met elektrische verlichting bij de Waalkade/Kelfkensbos 29-06-1886.
Verlichting van het centraal station in Amsterdam. Begin 1886 krijgt Smit Slikkerveer de opdracht om 25 booglampen te plaatsen op centraal station Amsterdam. Bron: Zierikzeesche courant uit 09-01-1886.
Amersfoordsche Courant 21-01-1888.
Na dit succesvolle project kwam er uit Venlo een soortgelijke aanvraag en ook daar werd het station elektrisch verlicht door een compound dynamo van Willem Smit.(zie artikel hieronder).
Bron: De Ingenieur 1889. Electrische inrichting van torpedoboten.
In 1888 had de firma al 135 dynamo's afgeleverd en in 1899 had men ruim 100 werknemers in dienst. Het feit dat Smit & Co. het elektriciteitsgebouw op de wereldtentoonstelling van Parijs in 1900 mocht verlichten geeft aan dat de firma, hoe bescheiden dan ook, internationale aansluiting had verkregen.
Routekaart Wereldtentoonstelling Parijs 1900, bron: Wikepedia. Tussen 1882 en 1900 was Smit Slikkerveer dan ook het enige bedrijf in Nederland dat elektrische installaties fabriceerde, later ontstonden soortgelijke bedrijven zoals de Heemaf uit Hengelo.
Naast de vervaardiging van dynamo's en apparaten legde Willem Smit zich reeds vroeg toe op het bouwen van Stoomdynamo's en zij waren ook een van de eersten in Nederland die met stoommachines op de markt kwamen. (zie foto hieronder van een stoommachine uit 1894 (fabrikaat Smit Slikkerveer). De eerste volledige installatie voor elektrische krachtoverbrenging werd in 1896 in Kinderdijk op de scheepswerven van bouwmeesters J & K Smit ingericht, waarbij 3 motoren, gevoed door een dynamo, verschillende werkplaatsen aandreven. Eerste drie fasen vermogens transformator In 1900 bouwde Willem Smit zijn eerste drie-fasen vermogens transformator. Deze werd geleverd aan de Nederlandse Spoorwegen samen met een generator en was de eerste in zijn soort in Nederland.
Eerste drie-fasen vermogenstransformator in Nederland gemaakt.(1900)
Fotoslideshow, bron: Kees Tym (Brush HMA)./ De Mijnen / De Ingenieur
Prachtige foto van de uitbreiding van de fabriek Smit Slikkerveer rond 1906. Gebouw D staat al op de foto. Fabriek Smit Slikkerveer met op voorgrond het personeel (1906). In 1911zijn er 300 arbeiders werkzaam bij Smit en door de snelle groei van het bedrijf is er een groot gebrek aan voldoende woningen ontstaan in Slikkerveer en aangrenzende dorpen. Met financiele steun van Smit Slikkerveer gaat de Coöperatieve bouwvereniging aan de slag en bouwt huizenblokken zoals de foto hieronder toont.
Smit. Dordt opgericht. Toen Willem Smit in 1900 de fabriek stap voor stap wilde uitbreiden om er seriematig motoren sprak hij daarover met een zekere Hofstede Crull, die in Borne een technisch bureau had. Hofstede Crull wilde wel maar zijn compagnon Willem Willink had geen belangstelling voor dit plan. Hofstede Crull en Willem Willink zijn wel de grondleggers van Heemaf in Hengelo geworden. In de periode 1893 tot 1902 is de orderontvangst groot en komt van allerlei kanten. Afnemers zijn de spoorwegen, scheepsbouwers, fabrieken en kleine particuliere centrales, waaronder die in Borne van Hofstede Crull en Willem Willink. Het idee van het in serie maken van motoren bleef hem bezig houden en in 1911 werd de NV Willem Smit motorenfabriek, later Elektromotorenfabriek Dordt, opgericht.
Er werd een fabriek gebouwd van 3 en 4 verdiepingen. De productie zou niet groter gaan dan motoren van 15, later 18 en nog later 30 pk. De gebruikers van deze motoren wilden echter ook de grotere motoren er vandaan hebben. De fabriek werd dan ook in 1915 uitgebreid. Inmiddels had Willem Smit in 1913 zich uit de directie teruggetrokken en nam zijn neef Boogaert zijn taak over. Er ontstond een probleem tussen Dordt en Slikkerveer. Door de seriematige aanpak waren de motoren in Dordt goedkoper dan in Slikkerveer. Er ontstond concurrentie en dat leidde het einde van Smit in Dordt. En kwam er dus ook een nieuwe naam Elektromotorenfabriek Dordt afgekort met E.M.F. Dordt. Het bedrijf had geen financiële binding met Smit, alhoewel Willem er persoonlijk wel geld in had gestopt.
Er ging ook een gedeelte van het personeel uit Slikkerveer mee naar Nijmegen. Dat gaf een probleem. Verhuizen van een protestants dorp naar een katholieke stad! De oplossing werd gevonden door het beschikbaar stellen van een gebouwtje voor bijeenkomsten. Willem Benjamin Smit trekt zich terug. In 1913 had Willem Smit dus heel wat bereikt, een fabriek voor speciale machines in Slikkerveer, een motorenfabriek in Dordrecht en een transformatorenfabriek in Nijmegen. Zijn toomloze werklust had echter zijn gezondheid aangetast en in 1914 trok hij zich terug uit de directie. Hij ging zich toeleggen op zijn hobby’s schilderen en muziek.
WO I
Meer over WO I volgt.......
Belgische geinterneerden (tewerkgestelden) in het schaftlokaal bij Smit Slikkerveer (1914-1918).
Zittend links naar rechts:
Prachtige foto van de bestuurders van Smit Slikkerveer (1910 - 1915 ?) Bron: Stichting Oud Ridderkerk.
Artikel : NRC 09-11-1927 Lieren. Elektrificatie van de spoorwegen /tractie. Er worden ook grote draaistroomturbogeneratoren (tot 37500 kVA) gebouwd. En vanaf het begin is Smit mede betrokken bij de elektrificatie van onze spoorwegen betrokken. In 1914 leverde het al de eerste tractiemotoren aan de N.Z.H. Tramwegmaatschappij, in 1923 de eerste rollager tractiemotoren en in 1932 de eerste diesel-elektrische tractie-aandrijving.
Er zijn in een korte periode ook nog radiotoestellen gebouwd. Dit was tussen 1922 en 1929. Een bedrijf als Philips begon in 1927 met de productie van radio's, dus ook hierin was Willem Smit een pionier.
Sirenes In de jaren voor de tweede wereld oorlog heeft Smit ook luchtalarm sirenes gefabriceerd. Er zijn in totaal zo'n 1000 exemplaren op bestelling gemaakt voor gemeente-besturen, rijksinstanties en particuliere bedrijven. In 1929 werd in Nederland de lichtweek georganiseerd vanwege het 50 jarig bestaan van de gloeilamp (Edison). Het betreffende lichtweek comité gaf in Oktober 1929 aan een aantal grondleggers van de elektrotechniek de bronzen plaquette. Ook Willem Smit en Adriaan Pot ontvingen deze plaquette. Vanwege dit success werden toen een aantal reizen voor het personeel naar Antwerpen georganiseerd. Ontslagen door mailaise De jaren zijn soms goed en soms slecht. In 1929 is de omzet tweemaal zo groot als in 1914, maar in 1936 nog maar een kwart van 1929. De gevolgen zijn ook bij het personeel te merken, minder loon en deels ontslag.
NRC: 27-06-1932 50 jarig jubileum Smit Slikkerveer In 1930 werden een aantal Smit inzendingen bij de wereldtentoonstelling in Antwerpen met onderscheidingen bekroont. Twee jaar later bestond Smit Slikkerveer 50 jaar en in datzelfde jaar overleed directeur en mede-oprichter Adriaan Pot. Tijdens het 50 jarig jubileum werd een luchtfoto aan het personeel aangeboden, daarvan heb ik 1 exemplaar in mijn bezit.
Bron: Alkmaarsdagblad 03-11-1932.
WO II
In het begin van de Tweede Wereldoorlog na het bombardement op Rotterdam was er nauwelijks nog bankverkeer. Smit besloot noodgeld uit te geven onder de naam “Electrobonnen” van f1,00, f2,50 en f5,00 wat door de Ridderkerkse winkeliers als betaalmiddel werd geaccepteerd.
Willem Benjamin Smit overleden.
Na de bevrijding was er geen materiaal maar ook geen gereedschap maar de behoefte aan elektrische machines was erg groot. Jaren van een sterke toename van productie en bedrijfsgrootte volgden. In de jaren na de oorlog werd vooral voor het binnenland geproduceerd. Om sterker bij exportopdrachten te staan werden door de Nederlandse Elektrotechnische bedrijven in 1953 de C.V. Holland Electric Industries Export WA “Holland Electric” opgericht. Deelnemers waren Coq Utrecht, EMF Dordrecht, Smit Slikkerveer, Hazemeyer Hengelo, Heemaf Hengelo, Hollandse draad en kabelfabriek (Draka) in Amsterdam, Nederlandsche Kabelfabriek (NKF) en Smit Nijmegen. De directeur van Smit Nijmegen, Prof. Ir. H.G. Nolen was voorzitter en Ir. H.W. Beckering, directeur van Smit Slikkerveer secretaris. “Holland Electric” was in den Haag gevestigd. Het was niet erg succesvol. Rond 1960 werd deze samenwerking beëindig. Inmiddels was Willem Smit op 20 augustus 1950 overleden.
Bij deze poging tot samenwerking waren Heemaf en Hazemeyer niet betrokken, maar in 1962 kwam er een einde aan de zelfstandigheid van Smit Slikkerveer. In dat jaar vond de fusie tussen Heemaf en Smit Slikkerveer plaats. Heemaf nam in principe Slikkerveer over.
Turbogenerator t.b.v. een elektrische centrale (1928).
voor meer informatie verwijs ik graag naar het boek van J. Hoek “Honderd energieke jaren 1882-1982.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Laatst aangepast op zondag, 30 mei 2010 23:52 |
Smit Slikkerveer







































































































































































Eem mooie presentatie en foto's