Smit Slikkerveer
Wereldtentoonstelling Brussel 1910
Smit Draad (1921-1927)
Kijkje in de Draadfabriek
Thomas Rosskopf (1880-1953)
De oprichter van Smit Transformatoren, Draad, Weld en Ovens
Smit Gas Generatoren
1965-1969
Smit Draad
Vrouw aan de omspinmachine (1926)
Smit Slikkerveer
Generator 1500 kW (1913)
Smit Elektroden
Laselektroden afdeling 1935
Professor Nolen (1938)
Beproeving oude gramme dynamo bij TU Delft
Smit Ovens
Vervoer van een grote oven per slede (Groenestraat Nijmegen 1936)
Thomas Rosskopf
Excursieleider KIVI bij Smit Slikkerveer (1911)
Smit Slikkerveer
Elektrische centrale Tandjong Priok (1895)
Transformatoren
Smit Slikkerveer 1912
Het vervoer van transformatoren d.m.v. paardentractie (Smit Transformatoren 1913-1915)
Dit duurde weken...
Smit Transformatoren
Spoelenmontage 1921
Willem Benjamin Smit (1860-1950)
Elektriciteitspionier en grondlegger van de Smit bedrijven in Nederland
Smit Draad
Draadwals (1926)
Hoogte Kadijk
Transformatoren (1936)
Smit Transformatoren (1916)
4000 kVA transformator
Smit Transformatoren
Montage in de bak van een 4000 kVA transformator (Amsterdam 1916)

Laatste updates

Biografie professor Clarence Feldmann (1867-1941)

Professor Feldmann (1930)

Professor dr. ing. Clarence Feldmann werd op 14 januari 1867 te New-York geboren en was van Duits-Joodse afkomst. Hij ontving zijn opleiding in Duitsland. Van 1883 tot 1885 studeerde hij aan de Königlich Bayerische Industrieschule te Neurenberg, van 1885 tot 1888 aan de Technische Hogeschool te Darmstadt, waar toen een afdeling voor elektrotechniek was ingesteld. Hij behoorde daarmee tot de eerste generatie academisch geschoolde elektrotechnici. De elektrotechniek was op dat moment nog een wereld van pioniers. 

Tijdens zijn studie Elektrotechniek in Darmstadt vond de jonge Feldmann veel inspiratie bij zijn hoogleraar, Professor Erasmus Kittler. Rond 1885 was er weinig bekend over wisselstroom. De theorievorming rond de gelijkstroom was al veel verder en de algemene opinie in die tijd was dat gelijkstroom het zou gaan winnen van wisselstroom. Tijdens de studie van Feldmann schreef Kittler een prijsvraag uit om de huidige meetmethoden voor wisselstroom te onderzoeken en te verbeteren. Clarence Feldmann won deze prijsvraag. Dit zou zijn verdere loopbaan voor een belangrijk deel bepalen. In 1888 slaagde Feldmann met lof en werd hij voor een jaar lang de assistent van Kittler. 

Na zijn studie werkte Feldmann dertien jaar in elektrotechnische industrie, onder andere in Hongarije bij transformatorproducent Ganz & co in Boedapest (1889). Bij Ganz werkte hij mee aan de ontwikkeling van transformatoren, meetinstrumenten, wisselstroommachines en elektriciteitsnetten (voor verlichtingstoepassingen). In 1890 stapte Feldmann over naar Helios Aktiengesellschaft für elektrische Beleuchtung und Telegraphenbau in Duitsland. Bij Helios een producent van elektriciteitscentrales, zette Feldmann zijn werk voort in de bouw en het ontwerp van elektriciteitsnetten. Zijn industriële carrière verliep maar moeizaam, omdat hij zich erg beperkt zag in zijn mogelijkheden om zich te ontwikkelen en te experimenteren met nieuwe technologieën. Feldmann voelde zich bij Helios op een gegeven moment meer handelsreiziger dan elektrotechnicus en ging daarom het onderwijs in. In 1902 werd Feldmann privaat docent aan de Technische Hochschule in Darmstadt.

Feldmann was door zijn kennis opgedaan in de Verenigde Staten, Hongarije en Duitsland betrokken bij de aanleg van alle elektriciteitscentrales in Nederland (behalve Kinderdijk = Willem Benjamin Smit). Bron: Beeldbank Den Haag (free of copyrights).


Professor Feldmann zien we rechts achteraan - staande vierde van rechts met bolhoed en snor- bij de aanleg van elektriciteitskabels voor het G.E.B. in Den Haag (1905).

 

Lees meer

Monitoren van de transformator

DwarsregelaarHoe lang leeft deze transformator nog?

Een interessante vraag, die vroeger bijna nooit gesteld werd. Dat is in de huidige tijd wel anders, maar waarom is dat eigenlijk?

Het elektriciteitsbedrijf bestelde vroeger altijd een transformator met een vermogen voor de verre toekomst. De transformator zat dus gewoon vanaf het begin ruim in zijn jasje. Het risico van het uitvallen van de spanning moest ook zo nog eens klein mogelijk zijn. Je zette dus drie transformatoren naast elkaar die samen het werk van een deden. Je ziet : De transformator hoefde helemaal niet zo hard te werken. Als er eens veel vermogen nodig was, dan was dat in de koude winter. Dat was vooral op maandagochtend als de fabrieken weer opstarten na het weekend. De maandag was ook nog eens wasdag bij menige huisvrouw.
Tegenwoordig is dat wel heel anders. Nu staan er maar 2 transformatoren naast elkaar die het werk van een doen. Het vermogen is nu het grootst op een hete zomerdag met draaiende airco’s in kantoren en zonnepanelen op de daken. De transformator moet tegenwoordig dus veel harder werken bij hogere temperaturen. De transformator veroudert daardoor veel sneller. De gebruiker wil nu weten hoe lang de transformator nog goed kan functioneren. Dat noemt men de restlevensduur bepalen. De gebruiker wil ook weten hoe lang hij de transformator kan overbelasten tijdens een storing in het net. Meten is weten, dus men gaat de transformator monitoren. Hoe lang leef ik zelf nog??
Ik wil graag gezond oud worden, maar wat moet ik dan doen? Ik kan gezond eten en voldoende bewegen. Ik onderhoud mezelf dus goed, maar is dat voldoende? Ik neem de griepprik om het gezondheidsrisico te beperken. Ik ben bloeddonor en ik geef 5 keer per jaar bloed. Mijn bloed wordt gecontroleerd en die controle is cruciaal voor de ontvanger van mijn bloed, maar ook belangrijk voor mij. Af en toe is er een speciale meting, dat noemt men bevolkingsonderzoek. Iedereen weet, dit alles biedt geen garantie op gezond oud worden. De kans daarop wordt wel groter, maar hoe groot die kans nu werkelijk is voor mij?

Hoe lang “leeft” deze transformator nog?
Je wilt de transformator zo lang mogelijk in bedrijf houden, wat moet je dan doen? Goed onderhoud is een eerste vereiste. De doorvoeringen en de regelschakelaar zijn het meest storingsgevoelig. De doorvoeringen kun je vervangen en de regelschakelaar kun je goed inspecteren. Een regelmatige meting van de oliekwaliteit geeft meer zicht op een mogelijk probleem. Dat alles is geen garantie voor een lange restlevensduur. Je wilt nu meer doen voor nog meer zekerheid. Je gaat dus die transformator monitoren. Dit alles biedt geen garantie dat die transformator lang goed blijft functioneren. De kans is wel groter, maar hoe groot die kans is voor die specifieke transformator?.

Overbelasten en overbekrachtigen

Overbelasten betekent een te hoge stroom door de wikkelingen, waardoor de temperatuur ergens in de transformator te hoog kan worden. De wiskundige formules om die temperatuur te berekenen staan in de “Loading guide”. Dat is een internationale norm, maar de formules hebben alleen betrekking op de temperatuur van het koper in de wikkelingen.
Over bekrachtigen resulteert in te hoge magnetische fluxdichtheid ergens in de kern, waardoor de temperatuur daar te hoog wordt. Er zijn geen algemene formules. Die formules moet de fabrikant zelf afleiden en die zijn ook nog eens afhankelijk van het ontwerp van die specifieke transformator.
Je weet nu de temperatuur formules en die kun je omwerken naar tijd formules. Je kunt dan de maximaal toelaatbare tijd van een overbelasting dan wel van een over bekrachtiging berekenen.

De “Loading guide” meter

Lees meer

De Hoogspanning beproevingstrafo

De hoogspanning beproevingstransformator.

Je koopt een transformator en je wilt er wel zeker van zijn dat hij meer dan 30 jaar goed blijft functioneren. Een simpele vraag, maar hoe bepaal je dat? In de beginjaren van het elektriciteitsnet was het al duidelijk: Je moet alle componenten elektrisch beproeven; Transformatoren, kettingisolatoren, kabels vermogensschakelaars, scheiders, etc……….. Je wilt er zeker van zijn dat ze vele jaren de nominale spanning kunnen houden. Deze componenten dienen ook nog eens bestand te zijn tegen een veelvoud van schakeloverspanningen en bliksemspanningen.
De fabrikant was in het allereerste begin aangewezen op beproeving met wisselspanning. Men beproefde met een veel hogere wisselspanning ( 2 tot 4 keer de nominale spanning ) gedurende een korte tijd ( ca 1 minuut ). De hoogte en de tijdsduur van de proefspanning legde men later vast in internationale normen. Deze proef werd dan voorgeschreven in de bestelling.

Wat is de aangelegde spanning?

Het is eigenlijk heel simpel. Op een punt sluit je de wisselspanning aan en op een ander punt is de spanning nul volt, want dat punt leg je aan aarde. Er is GEEN elektrisch geleidende verbinding tussen deze twee punten in de vorm van een koperdraad. Je legt de spanning dus gewoon aan.
Er loopt toch een wisselstroom, want tussen deze punten is er wel een capaciteit. Denk maar aan een condensator, die bestaat uit twee metalen platen die elektrisch geïsoleerd zijn van elkaar. Je legt een plaat aan een wisselspanning en de andere plaat leg je aan aarde, dan gaat er een stroom lopen. De grootte van die stroom wordt bepaald door de capaciteit ( uitgedrukt in Farad ). Ter illustratie : Een hoogspanningslijn ligt aan spanning en de grond is een elektrisch geleidend aardvlak. Er is dus een capaciteit tussen hoogspanningslijn en aarde. Men noemt dat een parasitaire capaciteit, want hij is niet gewenst.

Beproeven met de aangelegde spanning.

Voor het beproeven met een aangelegde spanning heb je een beproevings-transformator nodig. Je moet daarbij denken aan een transformator met een zeer hoge nominale spanning van 1000 kV ( een miljoen Volt ) en een lage nominale stroom van ongeveer 1 Ampere. Het vermogen is dan maar 1000 kVA en dat is net zoveel als een transformator in een transformatorhuisje op de hoek van de straat. De afmetingen zijn echter heel wat groter ( zie fig 13 en fig 23 ).

Het beproeven van een transformator met de aangelegde spanning is wat ingewikkelder dan bij een vermogensschakelaar of kettingisolator. Alle aansluitklemmen van bijvoorbeeld de hoogspanning worden met elkaar doorverbonden en hierop wordt de proefspanning aangelegd. Alle andere onderdelen, zoals kern, kast, laagspanningswikkelingen zijn dan aan aarde gelegd. Je beproefd nu wel de elektrische isolatie van die hoogspanningswikkeling t.o.v. zijn hele omgeving. Je hebt wel last van de parasitaire capaciteit tussen de hoogspanningswikkeling en zijn omgeving. Een transformator beproeven met een hoge wisselspanning is trouwens niet zo moeilijk. Je sluit op de laagspanning “gewoon” een 2 keer zo hoge wisselspanning aan en de hoogspanning is dan ook 2 keer zo hoog. Je induceert dan een hoge spanning. Je hebt dan alleen een aangelegde proefspanning nodig voor het sterpunt van de transformator en die proefspanning is veel lager dan de proefspanning aan de hoogspanningskant.

Lees meer

Smit maakt ( bijna ) alles – bijzondere spoelen

De jaren vijftig en zestig, dat was de tijd van onderzoek naar de toepassing van kernenergie. Het splijten van zware atoomkernen wordt toegepast in de huidige kerncentrales. Het fuseren van waterstof kernen wil men toepassen voor toekomstige kernfusie centrales. Dit onderzoek vindt plaats bij diverse wetenschappelijke instituten en universiteiten in Nederland. Je hebt wel sterke magnetische velden nodig bij kernfysisch onderzoek. Het verloop van het magnetische veld moest wel aan allerlei eisen voldoen. Dat was afhankelijk van het soort onderzoek dat men deed. Als je wist hoe het verloop moest zijn, ging je van daaruit de vorm van de spoel(en) bepalen. Je hebt vaak wel een combinatie van spoelen nodig om het juiste magnetische veld te maken. Als je de vorm van de spoelen wist, ging je een fabrikant zoeken die spoel(en)  kan maken.

De wetenschapper ontwerpt de spoelvorm, maar is die ook maakbaar?. Het is logisch dat men bij Smit Transformatoren uitkwam met de vraag:  “Kunnen jullie een spoel voor ons wikkelen met zo’n vorm en die eigenschappen”. Smit kon dat natuurlijk, want voor een technische uitdaging werd niet weggelopen.

Het maken van een wikkeling vereist het nodige vakmanschap van de wikkelaar. Het zetten van de uitlopers, het “vasthouden” van de eerste winding(en), het maken van laag- dan wel schijfovergangen, etc.  De kwetsbare elektrische isolatie van de geleider mag daarbij niet beschadigen. De wikkelbank dient ook zonder schokken aan te lopen en te remmen, want anders komen de windingen los te zitten. Dit alles is bij Smit al aanwezig voor het maken van wikkelingen voor transformatoren. 

Opm : De begrippen “wikkeling” en “spoel” worden vaak gewoon door elkaar gebruikt. Bij een wikkeling denken we aan een deel een apparaat, zoals een transformator. Bij een spoel denken we aan een losse component, die je gewoon als onderdeel kunt kopen. 

In onderstaande foto’s geven een goed beeld te zien van de variatie in spoelvormen die gewikkeld werden. Informatie van de opdrachtgever(s) en de toepassing van de spoel is zoveel mogelijk vermeld. Soms resteert helaas alleen de foto. Mochten sommige lezers nog informatie hebben, laat het dan even weten. Dan zetten we de tekst erbij.

Dit verhaal geeft al snel een opsomming in een chronologische volgorde. Het ontwerp en constructie van deze spoelen lag vaak op de grens van wat op dat moment mogelijk was. Dat alles was voor Smit natuurlijk een uitdaging. Dit verhaal laat dan ook een beeld zien van de technische kwaliteiten van de medewerkers van Smit, van ontwerpers en constructeurs tot wikkelaars en monteurs. 

Betatron voor afdeling Technische Physica van de TU Delft geleverd in 1950/51 

Dit project omvat een watergekoelde spoel voor de betatron met daarbij een magnetische sluitjuk.      

    

Lees meer

Jeff Wessels - oud medewerker Smit Regeltechniek (1960-1970)

Begin 2020 ontving ik een brief met 50 foto's van Patrick Wessels, maar heb hem nu pas kunnen publiceren. Zijn vader Jeff Wessels (overleden 2018) is begonnen bij Smit Transformatoren op de tekenkamer en ging later naar de afdeling Regeltechniek. De foto's laten een mooi tijdsbeeld zien van Smit Transformatoren/Smit Regeltechniek tussen 1960 en 1970. Smit Regeltechniek is na de HOLEC overname eind jaren zestig naar Hengelo gegaan (Hazemeyer/Heemaf).

28-12-2019

Mijn vader Jeff Wessels, werkzaam geweest bij Smit Nijmegen/Hazemeyer/Holec, is in september 2018 overleden. Bij het opruimen van zijn spullen vonden mijn moeder en ik nog een envelop met zo'n 50 foto's uit de tijd bij Smit Nijmegen.

Mijn vader staat trouwens nog op de groepsfoto van de reünie Smit Regeltechniek uit 2002 op jullie site. Bijgaand de foto's van mijn vader uit de Willem Smit tijd. 
Mijn vader is volgens mijn moeder rond 1960 op de tekenkamer bij W. Smit begonnen. Door J. Lisser is hij toen naar de afdeling Regeltechniek gehaald. Hij werkte nauw samen met Lisser in het opzetten van deze afdeling (bedrijfsleider).

Aangezien hij goed Engels sprak werd hij al gauw betrokken bij de contacten die buiten Nederland werden aangegaan. Er zit een foto bij waarop mijn vader staat met Charles Scott van Westinghause Ltd. bij Crawley (bij Londen). De naambordjes zijn op de foto te lezen. Charles Scott en zijn vrouw Jessie werden vrienden voor het leven van mijn ouders. Voor mijn vader was dit de start van een loopbaan met veel buitenlandse contacten in Engeland, Duitsland en de Benelux.

De door dhr. R. Wetzels op jullie website beschreven geschiedenis van de afdeling komt zeer overeen met de loopbaan van mijn vader. Ook de lijst met namen van personeelsleden was voor mijn moeder één en al herkenning.
Na de zoveelste reorganisatie en verhuizing van de afdeling bij Holec in Hengelo nam mijn vader in 1985 de beslissing om over te stappen naar een baan bij de Britse firma Marconi uit Lincoln (UK). Hij ging van deze firma de vertegenwoordiging in de Benelux en Duitsland doen. Eerst gewoon vanaf huis in Hengelo, later met kantoor aan huis in Den Dungen bij 's-Hertogenbosch. Maandelijks waren reisjes naar het hoofdkantoor in Lincoln (met boot en auto). Marconi ging later over in het GEC concern in Engeland. Tot zijn pensionering is hij voor GEC blijven werken.

Mijn vader was een echte Nijmegenaar die publicaties/boeken over de stad nauwgezet bleef volgen en tot zijn dood was hij lid van de vereniging NUMAGA (Historische Vereniging Nijmegen). Mijn moeder Trix Wessels-Croonen woont nog steeds in Den Bosch.

Met vriendelijke groet,
Patrick Wessels

 

Lees meer

Shunt spoelen – verleden, heden en toekomst

Hoe houd ik spanning uit het stopcontact stabiel? Als hij te hoog is branden de lampen door of worden de zonnepanelen afgeschakeld. Als hij te laag is loopt het motortje van de ventilator niet aan en kan zelfs doorbranden. Er is dus een bovengrens en een ondergrens van de spanning.

Dat is niet alleen thuis bij het stopcontact, maar ook elders in het elektriciteitsnet. De spanning moet stabiel zijn onder allerlei omstandigheden, wel of geen zon op de zonnepanelen, wel of geen wind bij de windmolen, wel of geen koude winterdag. Een oplossing is het gebruik van shuntspoelen. Deze oplossing was al bekend en werd “vroeger” af en toe toegepast.

De energietransitie maakt een veelvuldige toepassing echter noodzakelijk. Het ontwerp, de constructie, de fabricage en de beproeving van een shuntspoel vereisen dezelfde vaardigheden als bij een transformator. Smit Transformatoren is zich intensiever op dit marktsegment gaan richten. Er is nu een redelijke omzet van shuntspoelen, alhoewel in omvang wel geringer dan van transformatoren.  De elektriciteitsbedrijven doen daarmee een aanzienlijke investering voor een betrouwbaar en stabiel elektriciteitsnet. 

Waarom zijn er eigenlijk shuntspoelen? 

De waarde van de spanning in het hoogspanningsnet moet dus binnen zekere grenzen blijven. Niet te laag en niet te hoog. Vroeger was de spanning te regelen door de bekrachtiging van de generator in de elektriciteitscentrale te variëren. Dat was gemakkelijk, want die centrales waren ook nog eens netjes verspreid over het land.

De spanning aan het begin van een lange lijn kan heel anders zijn dan aan het einde en kan dus buiten zijn toegestane grenzen komen. Een laag energietransport resulteert in een hogere spanning aan het eind van de lijn,  ook wel “Ferranti effect” genoemd. Dit is voor het eerst vastgesteld in 1887 ( zie ook Wikipedia ).  Je kunt deze hoge spanning verlagen door een spoel aan te sluiten aan het eind van de hoogspanningslijn.  Zo’n spoel noemt men een shuntspoel of ook wel laadstroom compensatiespoel.   Shuntspoelen bestaan al heel lang, maar men had er niet zo veel behoefte aan. 

De veranderingen in het elektriciteitsnet, zoals vermogenstransporten over grote afstanden en de energietransitie met windparken op zee, maken de inzet van shuntspoelen noodzakelijk.  De netspanning blijft dan overal binnen de toegestane grenzen.

Je gebruikt een shuntspoel wel heel anders dan een transformator. Je schakelt de shuntspoel in als de belasting van het net laag is en dus de spanning aan het einde van de lijn hoog is, bijvoorbeeld ‘s nachts.  De shuntspoel werkt dus als een belasting die kan worden ingeschakeld als er weinig vraag naar energie is. De belasting wordt overdag weer hoog en dan schakel je de shuntspoel weer uit. De shuntspoel wordt dus veel in- en uitgeschakeld en krijgt dus daarom veel schakeloverspanningen te verduren. De spoel wordt ook afwisselend warm en koud. Dit intervalbedrijf is veel zwaarder dan het “rustige” continubedrijf van de transformator.

Lees meer

Uniek onderzoek aan kortsluitvastheid van transformatoren door Boersma en Wildeboer

Als er een kortsluiting is in het elektriciteitsnet gaat er een grote stroom lopen, de kortsluitstroom.  Deze stroom gaat dan ook door de transformator en die dient daar tegen te kunnen.  Deze grote stroom resulteert namelijk in grote Lorentz krachten in de wikkelingen.

  • De HS ( hoogspannings) wikkeling ondervindt een radiale kracht naar buiten toe en wil dus een grotere diameter krijgen. Die drukkracht is goed te beheersen, denk maar aan een plastic fles waarin je lucht blaast. Blijft mooi heel en rond.
  • De LS ( laagspannings) wikkeling ondervindt een radiale kracht naar binnen toe en wil dus een kleinere diameter krijgen. Die vacuümkracht is moeilijk te beheersen, denk maar als je de lucht uit een plastic flesje zuigt.  De fles gaat plotseling ergens veel vervormen en dat noemt men knikken ( zie fig 2  maar kijk ook eens op youtube – buckling of plastic bottle ). Het vereist uitvoerige proeven ( zie fig 1 ) om ontwerp criteria te bepalen voor de radiale kortsluitvastheid van LS-wikkelingen. 
Fig 1   De kop van het artikel. Gepubliceerd in 1962 op een internationaal congres van Cigre  Fig 2  Knikvormen van de LS wikkeling. Het zeesterren tussen alle spiëen en de willekeurige knikvorm met een spie als “draaipunt”.

Fig. 3   Zo ziet knikken er ook uit als de rails te heet wordt en dan uitzet. Als de rails niet kan uitzetten dan ontstaat in het staal een grote drukspanning. Als de druk te hoog wordt, knikt de rails.
( zoek voor “leuke” foto’s op internet naar : knikken van spoorrails)  --->

Het kortsluitapparaat – een revolutionair idee van R. Boersma en J. Wildeboer           

J. WildeboerBoersma en J. Wildeboer (zie foto) bedachten een apparaat dat hetzelfde magnetische veld maakt in de wikkelingen als bij de kortsluitstroom. Je krijgt dan dezelfde kortsluitkrachten, maar in dit apparaat hebt je maar een klein stukje hoogte van de wikkelingen nodig.

Het werkt als volgt : Je wikkelt twee dubbelspoelen met een totale hoogte van 90 mm en een gemiddelde diameter van 770 mm. Dat vormt de LS-wikkeling. De HS-wikkeling maak je ook zo maar dan met iets sterkere geleider en met een gemiddelde diameter van 890 mm. Je hebt zo een “schijfje” uit de wikkelingen, maar veel goedkoper en ook veel gemakkelijker te beproeven. Deze wikkelingen zitten opgesloten in een “kern” waarbij hetzelfde magnetische veld ontstaat als in de transformator. ( zie fig 4 en fig 9 ).

Deze “kern” bestaat uit een onder- en bovenjuk ( zie fig 5 ). De LS wikkeling is gepositioneerd op het onderjuk. Het zit om een kern van kernblik met een houten opvulring. ( zie fig 6 ) Zo simuleer je de kern van de transformator en de afsteuning van de LS wikkeling op de kern via kernspieën. De HS wikkeling zit gemonteerd tegen het bovenjuk en aan de buitenzijde van de HS wikkeling zit een cilinder van kernblik. Zo kan het magnetische veld zich goed sluiten ( zie fig 9 ).

Lees meer

Kortsluitstroom begrenzende smoorspoelen

Als ik thuis een kortsluiting maak, dan gaat er een grote stroom lopen. Als die stroom niet afgeschakeld wordt, dan kan er plaatselijk veel hitte ontstaan en ontstaat er vaak een brand.
Je kunt de stroom afschakelen met een zekering. Dat heette vroeger een stop en dan sloegen dus de stoppen door. Als een stop doorgeslagen was, moest je er een nieuwe indraaien. Je had dan ook altijd reserves in huis. Tegenwoordig is dit vervangen door een schakelkast. Veel veiliger en handiger, want je hoeft geen reserve onderdelen meer in huis te hebben.

In het elektriciteitsnet gebeurt nu hetzelfde, alleen kunnen de kortsluitstromen zo groot zijn dat onderdelen in het net beschadigd zijn alvorens de stroom is afgeschakeld. In de steden waren vroeger de generatoren van de elektriciteitscentrales direct gekoppeld aan het 10 kV net. Zo’n sterke voeding zorgde voor hoge kortsluitstromen. Tegenwoordig zit er een machine-transformator met een grote impedantie tussen de generator en het elektriciteitsnet. Die transformeert dan van de generatorspanning van ca 20 kV naar het hoogspanningsnet met 150 kV dan wel 400 kV, wat leidt tot een veel kleinere kortsluitstroom in het net.

Het was dus zaak om deze kortsluitstroom te beperken door een impedantie in het circuit op te nemen in de vorm van een smoorspoel. In de zeventiger jaren, met de komst van de warmtekrachtkoppelingen, werden er meerdere kleine generatoren tegelijk aangesloten op het 10 kV net. Daardoor was er kleine opleving in de marktvraag voor seriesmoorspoelen.

  

Fig 1  Uit de krant van NRC (1933) bij het opleveren van een schakelhuis in Tilburg.  Fig 2 Reclamefolder-Smit Transformatoren 1929 (klik op de foto of artikel om te vergroten).

Deze smoorspoelen moeten dan natuurlijk zelf niet bezwijken bij een kortsluitstroom.  De spoel kan op dit aspect gekeurd worden bij de Kema in Arnhem, door middel van een kortsluitproef. Door de kortsluitstroom ontstaat er zeer groot magnetisch veld, wat leidt tot grote Lorentzkrachten op de draden in de spoel. De spoel moet daarom in zijn geheel een stabiele mechanische constructie zijn 

De beton smoorspoel. 

Lees meer

Logo Phohi

In 1928 werd in Huizen de PHOHI (Philips Omroep Holland Indië) ultra korte golf zender gebouwd t.b.v. radio uitzendingen. Dit was voor die tijd een revolutionair systeem en hier werd de basis gelegd voor de huidige radio-omroepen. Het was geheel Nederlands fabricaat. Samen met andere pioniers als Philips, de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (N.S.F.) en Heemaf leverden Smit Slikkerveer en Smit Transformatoren ook hun bijdrage aan dit project, door de levering van omvormers, generatoren en transformatoren.
Phohi zender: machinekamer schakelinrichting met 75 kVA transformator aanduiding 1934

Henk Mulder bij de schakel inrichting gemaakt door de Heemaf, met linksboven de aanduiding Transf. 75 kVA, de bediening voor de transformator gemaakt door Smit Transformatoren. Deze foto dateert uit 1934

phohi-achterzijdeschakelbordheemaf27-05-1929

Achterzijde Heemaf schakelbord PHOHI zender (mei 1929) Bron: Historisch Centrum Overijssel te Zwolle.

Onderstaand (deel van een ) artikel komt uit de krant "de Bel" uit 21-10-1927. Hieruit blijkt voor 100% dat de Smit bedrijven (Smit Transformatoren en Smit Slikkerveer) vanaf het begin bij dit project betrokken waren.

Nederlands fabrikaat (de Bel 21-10-1927)

In december 2010 kreeg ik een email van Gisela Mulder die vertelde dat de familie van haar vader vroeger een aantal jaren binnen het terrein van de PHOHI zender had gewoond en dat haar grootvader zeer nauw betrokken was geweest bij de ontwikkeling van de PHOHI zender. Zij had nog een aantal prachtige foto's en een brochure in haar bezit. Hieronder haar verhaal:

Hendricus Mulder in zijn jonge jarenMijn grootvader Hendricus (Henk) Mulder werd geboren in 1891 te Rotterdam. Hij trouwde in 1912 met Wilhelmina Hendrika (Mina) Roelofs. Ze kregen 3 kinderen, 2 zonen en 1 dochter. Hij was elektrotechnicus en had in Rotterdam al een eigen bedrijfje.  Hij had veel werk in de periode dat gas en stoom naar elektriciteit werden omgebouwd en ook in de havens van Rotterdam (met name met de hijskranen) was er veel werk voor hem.Door de astma van mijn vader verhuisde het gezin rond 1925 naar Deventer. Mijn vader werd te werk gesteld bij de Firma Nering Bögel, één van de grootste ijzergieterijen in Nederland, en bedrijf dat heden te dage nog bestaat.
Het gezin Mulder vlak voor de verhuizing naar Deventer 1924

Een prachtige foto van de familie Mulder net voor hun verhuizing naar het PHOHI complex in Huizen met links oudste zoon Johannes (Jan) en uiterst rechts de jongste zoon Hendricus (Henk), mijn vader.

Toen in 1928 begonnen werd met de bouw van de radiozenders in Huizen, is het gezin van mijn grootouders naar Huizen verhuisd en was mijn grootvader zeer nauw betrokken bij de ontwikkeling van de PHOHI zender.

Jan en Jacob in de machinekamer van de Phohi zender 1934

Oudste zoon Jan en zwager Jacob Hilz in de machinekamer van de PHOHI zender (Jacob Hilz was getrouwd met een zuster van mijn grootmoeder). Op de voorgrond machines van Smit Slikkerveer. Achterin de schakel inrichting van de Heemaf. Beide logo's zijn duidelijk te zien. (Datering foto: 1928-1930)

Stand NSF bij de Jaarbeurs in Utrecht 1927

Jaarbeursstand NSF (1927).

Phohi zender Huizen totaaloverzicht 1934

Totaal overzicht van de Phohi zender in 1934

 

 

De Hollandsche Revue (1928).

FILMFRAGMENTEN
Hieronder een filmfragment van uit 1933, waar de leiding van de Philips Omroep Holland Indië (PHOHI) een bezoek brengt aan de Phohi zender en laat zich voorlichten over de technische details van een korte golf omroepzender. Een groep heren gaat het gebouw binnen en krijgt vervolgens uitleg over o.a. watergekoelde hoog vermogen zendbuizen (door Dr. A. Philips), hoogfrequent versterkers, en drie-fasen gelijkrichters.

Nog een film van het PHOHI zendstation uit de jaren dertig.

Bron: Youtube

Gezin Mulder bij de Phohi zender winter 1930
Mooie foto van het gezin Mulder bij de Phohi zender winter 1930.

Hooien bij de Phohi zender (1928-1930)

Jan, Henk, Pa en ma hooien bij de Phohi zender (1928-1930)

Studiocomplex Phohi Zender Huizen (1928-1930)
Unieke foto van het studiocomplex in de Phohi zender te Huizen.

Hendricus Mulder in de machinekamer van het PHOHI.

Henk Mulder in de machinekamer van de Phohi zender. Op de achtergrond de schakel inrichting van de Heemaf.

Onlangs vond ik nog een document wat mooi aansluit bij dit artikel. Het gaat over het radio zendstation van de K.R.O en N.C.R.V. te Huizen met ook een foto van de oprichter van de K.R.O.

ZendstationHuizen-1927-1928

 Bron: Katholieke Illustratie jaargang 1927-1928 

Toegangsbewijs voor het Phohi complex van de NSF in 1941 voor W.H. Mulder
Toegangsbewijs voor  de NSF fabriek voor mevr. W.H. Mulder uit 1940.

Phohi zender Huizen totaaloverzicht 1934 Phohi zender Huizen 1934

Machinekamer Phohi zender met Henk Mulder (juli 1934)

Phohizender 1928

Zender 1928, met o.a. de transformator van Smit

Het gezin heeft ongeveer 11 jaar gewoond op het terrein van de zender . Mijn grootmoeder had er zelfs een groentetuin gemaakt.

Phohi zender Huizen Phohi zender Huizen

De Phohi zender in de dertiger jaren. 

Gebouw Phohi zender Phohi 1928

Zendgebouw Phohi in 1928 

Phohi orkest zender Huizen 1934

Het PHOHI-orkest o.l.v. Loe Cohen (mei 1934)

MUZIEK (ga met de cursor over de zwarte balk en klik links op de play button)


De PHOHI Marsch uit 1933 

Philipsband bij de Phohizender (1928-1930)

Optreden van de Philipsband bij de Phohizender (1928-1930)

Jeanne Bacilik en haar kinderkoor treedt op voor de Phohizender 1930

Jeanne Bacilik en haar kinderkoor treedt op voor de Phohizender 1930 

Beide zonen erfden de technische vaardigheden van hun vader. De oudste zoon Jan werd directeur bij Philips in het buitenland, de jongste zoon, Henk, mijn vader, werd  Akoestisch Adviseur bij Philips in Eindhoven.
Ook is mijn vader, vanwege zijn kennis van de zenders, nog in dienst geweest bij de radiodienst van Prins Bernhard tegen het einde van de oorlogsjaren.

Mijn vader is inmiddels 88 jaar en vertelt nog graag over deze periode in zijn leven.

Henk Mulder 25 jaar bij Philips

Het 25 jarig jubileum van mijn grootvader bij Philips, het bedrijf waar hij nog vele jaren werkte. Uiterst links en rechts mijn moeder en vader.

Gisela Mulder

Pa en ma Mulder

Pa en ma Mulder

PhohiradioPhilips-small 
Bron: Zo was Indië 1850-1950

Opa Mulder St. Michielsgestel

Henk Mulder (1891-1971) grootvader van Gisela Mulder.

Bron: Familie Mulder. Met dank aan Gisela Mulder voor haar prachtige foto's. 

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Historische nieuwsflits

Poging tot Inbraak bij Professor Nolen (29-06-1932)

Prof. Ir. Dr. H. G. Nolen 1937Hieronder een krantenartikel dat ik vond in de Eemlander Courant uit 1932. Er werd er een poging tot inbraak gedaan in het huis van Professor Nolen, op dat moment de directeur van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek.  Nu had Nolen in die tijd al een alarmsysteem in zijn huis( !) en dat systeem bemerkte direct de inbrekers. Na een telefoontje "ving" de veldwachter samen met 2 agenten de Duitse inbrekers.

Volgens zijn zoon W.G. Nolen had de "carabijnbrigade" van 2 man nog een probleem omdat de politiehond tijdens de actie met de staart tussen de benen wegliep naar huis. Professor Nolen kreeg van de politie nog een gratis pistool vergunning aangeboden, wat hij overigens weigerde. Professor Nolen was overigens de opa van de bekende historicus Maarten van Rossum.

Inbrekers gepakt bij Prof. Nolen (29-06-1932)

Bron: Eemlander Courant 29-06-1932.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Meisjes in de fabriek van Smit Transformatoren (1958)

Meisjes in de transformatorenfabriek april 1958

Bron: Post no.4 april 1958

 

Schrijf reactie (0 Reacties)

Bedrijfsfilm videobox

Cloud tag

Laatste artikelen

Laatste reacties

      LEES MEER

Wie is online

We hebben 259 gasten en geen leden online

Statistieken

Aantal bekeken pagina's
9461006
Our website is protected by DMC Firewall!