Hoogte Kadijk
Transformatoren (1936)
Smit Draad
Vrouw aan de omspinmachine (1926)
Smit Draad (1921-1927)
Kijkje in de Draadfabriek
Thomas Rosskopf
Excursieleider KIVI bij Smit Slikkerveer (1911)
Smit Transformatoren
Spoelenmontage 1921
Smit Slikkerveer
Wereldtentoonstelling Brussel 1910
Smit Transformatoren
Montage in de bak van een 4000 kVA transformator (Amsterdam 1916)
Smit Ovens
Vervoer van een grote oven per slede (Groenestraat Nijmegen 1936)
Smit Elektroden
Laselektroden afdeling 1935
Transformatoren
Smit Slikkerveer 1912
Thomas Rosskopf (1880-1953)
De oprichter van Smit Transformatoren, Draad, Weld en Ovens
Smit Gas Generatoren
1965-1969
Smit Draad
Draadwals (1926)
Willem Benjamin Smit (1860-1950)
Elektriciteitspionier en grondlegger van de Smit bedrijven in Nederland
Professor Nolen (1938)
Beproeving oude gramme dynamo bij TU Delft
Het vervoer van transformatoren d.m.v. paardentractie (Smit Transformatoren 1913-1915)
Dit duurde weken...
Smit Transformatoren (1916)
4000 kVA transformator
Smit Slikkerveer
Elektrische centrale Tandjong Priok (1895)
Smit Slikkerveer
Generator 1500 kW (1913)

Laatste updates

Uniek onderzoek aan kortsluitvastheid van transformatoren door Boersma en Wildeboer

Als er een kortsluiting is in het elektriciteitsnet gaat er een grote stroom lopen, de kortsluitstroom.  Deze stroom gaat dan ook door de transformator en die dient daar tegen te kunnen.  Deze grote stroom resulteert namelijk in grote Lorentz krachten in de wikkelingen.

  • De HS ( hoogspannings) wikkeling ondervindt een radiale kracht naar buiten toe en wil dus een grotere diameter krijgen. Die drukkracht is goed te beheersen, denk maar aan een plastic fles waarin je lucht blaast. Blijft mooi heel en rond.
  • De LS ( laagspannings) wikkeling ondervindt een radiale kracht naar binnen toe en wil dus een kleinere diameter krijgen. Die vacuümkracht is moeilijk te beheersen, denk maar als je de lucht uit een plastic flesje zuigt.  De fles gaat plotseling ergens veel vervormen en dat noemt men knikken ( zie fig 2  maar kijk ook eens op youtube – buckling of plastic bottle ). Het vereist uitvoerige proeven ( zie fig 1 ) om ontwerp criteria te bepalen voor de radiale kortsluitvastheid van LS-wikkelingen. 
Fig 1   De kop van het artikel. Gepubliceerd in 1962 op een internationaal congres van Cigre  Fig 2  Knikvormen van de LS wikkeling. Het zeesterren tussen alle spiëen en de willekeurige knikvorm met een spie als “draaipunt”.

Fig. 3   Zo ziet knikken er ook uit als de rails te heet wordt en dan uitzet. Als de rails niet kan uitzetten dan ontstaat in het staal een grote drukspanning. Als de druk te hoog wordt, knikt de rails.
( zoek voor “leuke” foto’s op internet naar : knikken van spoorrails)  --->

Het kortsluitapparaat – een revolutionair idee van R. Boersma en J. Wildeboer           

J. WildeboerBoersma en J. Wildeboer (zie foto) bedachten een apparaat dat hetzelfde magnetische veld maakt in de wikkelingen als bij de kortsluitstroom. Je krijgt dan dezelfde kortsluitkrachten, maar in dit apparaat hebt je maar een klein stukje hoogte van de wikkelingen nodig.

Het werkt als volgt : Je wikkelt twee dubbelspoelen met een totale hoogte van 90 mm en een gemiddelde diameter van 770 mm. Dat vormt de LS-wikkeling. De HS-wikkeling maak je ook zo maar dan met iets sterkere geleider en met een gemiddelde diameter van 890 mm. Je hebt zo een “schijfje” uit de wikkelingen, maar veel goedkoper en ook veel gemakkelijker te beproeven. Deze wikkelingen zitten opgesloten in een “kern” waarbij hetzelfde magnetische veld ontstaat als in de transformator. ( zie fig 4 en fig 9 ).

Deze “kern” bestaat uit een onder- en bovenjuk ( zie fig 5 ). De LS wikkeling is gepositioneerd op het onderjuk. Het zit om een kern van kernblik met een houten opvulring. ( zie fig 6 ) Zo simuleer je de kern van de transformator en de afsteuning van de LS wikkeling op de kern via kernspieën. De HS wikkeling zit gemonteerd tegen het bovenjuk en aan de buitenzijde van de HS wikkeling zit een cilinder van kernblik. Zo kan het magnetische veld zich goed sluiten ( zie fig 9 ).

Lees meer

Kortsluitstroom begrenzende smoorspoelen

Als ik thuis een kortsluiting maak, dan gaat er een grote stroom lopen. Als die stroom niet afgeschakeld wordt, dan kan er plaatselijk veel hitte ontstaan en ontstaat er vaak een brand.
Je kunt de stroom afschakelen met een zekering. Dat heette vroeger een stop en dan sloegen dus de stoppen door. Als een stop doorgeslagen was, moest je er een nieuwe indraaien. Je had dan ook altijd reserves in huis. Tegenwoordig is dit vervangen door een schakelkast. Veel veiliger en handiger, want je hoeft geen reserve onderdelen meer in huis te hebben.

In het elektriciteitsnet gebeurt nu hetzelfde, alleen kunnen de kortsluitstromen zo groot zijn dat onderdelen in het net beschadigd zijn alvorens de stroom is afgeschakeld. In de steden waren vroeger de generatoren van de elektriciteitscentrales direct gekoppeld aan het 10 kV net. Zo’n sterke voeding zorgde voor hoge kortsluitstromen. Tegenwoordig zit er een machine-transformator met een grote impedantie tussen de generator en het elektriciteitsnet. Die transformeert dan van de generatorspanning van ca 20 kV naar het hoogspanningsnet met 150 kV dan wel 400 kV, wat leidt tot een veel kleinere kortsluitstroom in het net.

Het was dus zaak om deze kortsluitstroom te beperken door een impedantie in het circuit op te nemen in de vorm van een smoorspoel. In de zeventiger jaren, met de komst van de warmtekrachtkoppelingen, werden er meerdere kleine generatoren tegelijk aangesloten op het 10 kV net. Daardoor was er kleine opleving in de marktvraag voor seriesmoorspoelen.

  

Fig 1  Uit de krant van NRC (1933) bij het opleveren van een schakelhuis in Tilburg.  Fig 2 Reclamefolder-Smit Transformatoren 1929 (klik op de foto of artikel om te vergroten).

Deze smoorspoelen moeten dan natuurlijk zelf niet bezwijken bij een kortsluitstroom.  De spoel kan op dit aspect gekeurd worden bij de Kema in Arnhem, door middel van een kortsluitproef. Door de kortsluitstroom ontstaat er zeer groot magnetisch veld, wat leidt tot grote Lorentzkrachten op de draden in de spoel. De spoel moet daarom in zijn geheel een stabiele mechanische constructie zijn 

De beton smoorspoel. 

Lees meer

Zendstation Huizen, de PHOHI zender (1928)

In 1928 werd de zogenaamde PHOHI ultra kortegolf zender gebouwd t.b.v. de draadloze verbinding naar het verre Nederlands Indië. De eerste eerste geluiden die men in Bandung (Nederlands Indië) via deze korte golf zender hoorde, was muziek uit Nederland. Zoals te lezen is in onderstaande artikelen uit 1927/1928 was het een knap staaltje samenwerking tussen toonaangevende Nederlandse bedrijven uit die tijd. "De Nederlandsche Seintoestellen fabriek (NSF)" bouwde de de zend-inrichting, Philips leverde de watergekoelde zendlampen, Heemaf de schakel-installatie, Smit Slikkerveer de omvormers en Smit Transformatoren natuurlijk de transformatoren. Op deze manier hebben de Smit bedrijven ook hun steentje bijgedragen aan de ontwikkeling van de radio-uitzendingen en de huidige Hilversumse zenders. Een mooi artikel over de Phohi zender (2-talig) vond ik in een koloniaal boekwerk uit 1927.

 

Filmfragment bezoek aan de Phohi kortegolf-zender (1933)

Lees meer

De Goudsche Lichtfabriek - mobiel hijswerktuig met paardentractie voor vervoer en plaatsen van transformatoren (1914)

In 1914 levert Smit Transformatoren een aantal transformatoren voor de in aanbouw zijnde elektriciteitscentrale van Gouda. Vrachtauto's zijn er nog niet dus is het paard het aangewezen vervoer voor de transformatoren.  Het transport naar de centrale duurt maanden en is zeer intensief. Iedereen probeert mee te denken om de transport mogelijkheden te verbeteren, maar ook het plaatsen en hijsen van de transformator is een probleem. G.E.B. Gouda laat een hefwerktuig ontwerpen door "de Goudsche machinefabriek v/h. Arends".  Dit hefwerktuig staat op een kar en deze kan worden voortgetrokken door een paard. Voor HFL 600,-- werd deze uitvinding in 1914 aangeboden aan directeur Thomas Rosskopf van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek. Tijdens van de uitbreidingen bij de Goudsche Lichtfabriek werd dit mobiele hijswerktuig gebruikt voor de transformatoren van Smit en andere zware materialen/machines. 

Thomas Rosskopf (1903/1904)Een uitvinding op transportgebied  van het G.E.B. Gouda (1914). Het lijkt alsof het paard slechts 1 achterpoot heeft, maar als je inzoomt op de achterste poten zie je toch echt twee poten met 2 hoeven. Het karretje heeft overigens drie wielen. Dat maakt het geheel tot een vreemde maar unieke foto compositie.  Bron: glasnegatief Stichting Willem Smit Historie Nijmegen. 

De brief gericht aan elektriciteitspionierThomas Rosskopf . Bron: boekje Smit Transformatoren 1913-1948

Paardentractie 1914

Paardentractie in 1914. Op deze manier werden de transformatoren in die tijd vervoerd. 

Korte geschiedenis van de Goudsche Lichtfabriek.
Het begon allemaal met de gasfabriek die in 1853 werd opgericht door de firma Westerman & Robbé. In 1887 nam de gemeente de gasfabriek over en in 1910 werd besloten een elektriciteitscentrale te bouwen direct naast de gasfabriek op het terrein van het voormalige leprooshuis aan de Hoge Gouwe 189 in Gouda.

Lees meer

Elektrische ovens voor de Koninklijke Sphinx fabriek (1937-1950)

Dhr. Jenniskens stuurde mij enkele oude foto's van de Koninklijke Sphinx fabriek in Maastricht van net voor en na de Tweede Wereldoorlog. Zijn oom had daar nog gewerkt. Mooi in beeld zien we de mannen en vrouwen van de servies productie. De ovens die we in beeld zien zijn 100% fabricaat Smit Ovens.

Koninklijke Sphinx, voorheen Petrus Regout & Co,  was een Nederlandse onderneming die door Petrus Regout in 1834 in Maastricht werd opgericht. Sphinx was een van de eerste grootschalig gemechaniseerde fabrieken in Nederland. Het bedrijf was aanvankelijk bekend als producent van glaswerk, serviesgoed en ander huishoudelijk aardewerk. Later  voornamelijk van tegels en sanitair, zoals wastafels en toiletpotten. De fabriek hield op te bestaan in 2009. Bron: Wikipedia.

Hieronder zien we nog de vierkante ovens van Smit die men gebruikte voor de productie van serviesgoed. Later werden deze pottenbakkers (kamer)ovens vervangen door tunnelovens (ook van Smit) die uitermate geschikt waren voor massa productie.


Sphinx fabriek Maastricht (1937-1950)

Smit Ovens maakte begin jaren zestig de volgende elektrische ovens (en varianten) voor de fabricage van aardewerk, glas, serviesgoed en sanitair. 

  • De schacht oven: een kleine oven voor het vervaardigen van keramische producten. (scharnier aan de bovenkant)
  • De kamer oven: een wat grotere oven speciaal voor de professionele pottenbakker met een deur aan de voorkant.
  • De klok oven: weer een groter model oven, bestaande uit een of meer voetstukken waarop lading gestapeld kon worden. 
  • De tunnel oven: speciaal voor massafabricage, tunnelovens van soms wel 60 meter lang, waarop wagentjes met lading getransporteerd werden door de tunnel. Aan het einde van de tunnel waren de producten klaar en werden ze eraf gehaald. De lege wagentjes gingen via een retour baan weer terug naar de ingang van de tunnel.

Onderstaande reclamefolder laat zien dat Smit Ovens naast de keramiek ovens nog vele andere soorten elektrische ovens produceerde voor de industrie en laboratoria. Zo was men ook enige tijd marktleider in tunnelovens voor productie van beeldbuizen voor televisies.

Smit Ovens reclame (1955 - 1960)
Advertentie van Smit Ovens 1955/1960, bron: Stichting Willem Smit Historie 

Hieronder de oudste foto van een test opstelling van een tunneloven (1936-1938) waarbij het glas of aardewerk door een soort mechanisch aangedreven lopende band gaat en in de oven verhit wordt en aan de achterkant er weer kant en klaar uit komt. Een moderner type zoals de foto van de tunneloven uit 1960 is waarschijnlijk bij Sphinx gebruikt vanaf eind vijftiger jaren van de vorige eeuw. 

smitovens_1

E0912
Een nieuwer model tunneloven (1960) Bron: Stichting Willem Smit Historie

Lees meer

Unieke foto's van het bezoek van Veldmaarschalk Montgomery aan Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek (1955)

In 2016 kwamen wij in het bezit van 21 unieke (originele) foto's van het bezoek van Veldmaarschalk Montgomery aan Smit Transformatoren. Montgomery (Monty) was de oorlogsheld die werd gezien als bevrijder van Nijmegen. In 1955 werd hij uitgenodigd door Nijmegen dat hem het ereburgerschap van Nijmegen gaf.  In 1955 bracht hij een bezoek aan veel Nijmeegse bedrijven waaronder Smit Transformatoren en Philips. Hieronder een aantal foto's en filmmateriaal van dat bezoek. In de slideshow met foto's zien we dat Montgomery wordt rondgeleid door de fabrieken van Smit Transformatoren.

 
Veldmaarschalk Montgomery wordt begroet door een menigte bij de fabriek van Smit Transformatoren. Rechts naast Montgomery zien we de toenmalige directeur van Smit Transformatoren, dhr. Otto.

Mooie foto van het bezoek van generaal Montgomery, links naast de mevrouw in het wit. Ook op de foto directeur Otto (rechts naast de dame vooraan). President Commissaris A. Rutgers van der Loef, derde van rechts gezien). Bron: Stichting Willem Smit Historie Nijmegen.

montgomery6
Fabricage nettransformatoren. 

montgomery9
Montgomery  bij Smit Draad rondgeleid door directeur Otto van Smit Transformatoren. Links zien we rollen koperdraad, rechts machines voor het wikkelen van de draad. Bron: Stichting Willem Smit Historie Nijmegen. 

Bezoek Maarschalk Montgommery sept. 1955 Bezoek Maarschalk Montgommery sept. 1955 

Lees meer

Gijsbert Biesbroek - medewerker tekenkamer Smit Slikkerveer (1926 - 1975) en ontwerper van het noodgeld in oorlogstijd.

Gijsbert Biesbroek 204 -pasfotoJohan Biesbroek stuurde mij een kort verhaal over zijn vader Gijsbert Biesbroek, die 49 dienstjaren werkte bij Smit Slikkerveer op de tekenkamer. Wie haalt dat in deze tijd nog !

Enkele jaren geleden vertelde zijn vader hem dat hij de bekende "electrobonnen / noodgeld" in oorlogstijd in de tekenkamer van Smit Slikkerveer heeft ontworpen ter vervanging van het echte geld. 

De bezetting door de Duitsers in de Tweede wereldoorlog had geleid tot geldschaarste. De centrale overheid gaf daarom, op 11 mei 1940 toestemming voor de uitgifte van noodgeld. Op 17 mei werd deze machtiging weer ingetrokken. Toch gaven meer dan 130 gemeenten en een drietal provincies in deze korte periode hun eigen geld uit. Er waren ook bedrijven die dit noodgeld uitgaven, zo ook Smit Slikkerveer.

Noodgeld Smit Slikkerveer

Noodgeld/electrobon (1940).

Hieronder een korte levensloop van Gijsbert Biesbroek.

Gijsbert Biesbroek (geboren 18 april 1910 te Ridderkerk (Rijsoord) - overleden 5 oktober 1995 te Zwijndrecht.

Na het behalen van zijn Mulo diploma (Dr. Kuyperschool) in 1926 trad hij in dienst bij Smit Slikkerveer . Waarschijnlijk heeft hij eerst nog enige andere werkzaamheden gedaan, maar hij kwam al snel tereht op de tekenkamer als 'electrotechnisch' tekenaar en hij bleef daar tot aan zijn pensionering in 1975. Hij is aan het einde van zijn loopbaan nog enkele jaren waarnemend chef van de tekenkamer geweest. Hij heeft naar ons aangegeven geen ambitie te hebben gehad om ook nog eens chef te worden, hij vond het wel goed zo.

In de aantekeningen van zijn vader vond hij nog het volgende verhaal:

Op 1 Maart 1926 kwam ik op de tekenkamer van Electro-Willem Smit te Slikkerveer als jongste bediende, waardoor ik al gauw het gehele kantoor en bedrijf leerde kennen.In deze begin tijd leerde ik ook mijn toekomstige vrouw Geertrui Weygertze  (23-12-1907) kennen, die ook op dezelfde dag was aangenomen op de afdeling administratie. Op de tekenkamer van Willem Smit (tegenwoordig heet de zaak ''Holec'') ben ik in de loop der jaren opgeklommen van een aankomend tekenaar tot tweede chef tekenkamer, afdeling. Machinebouw. 49 jaar heb ik mogen werken in goede gezondheid en met plezier tot ik in 1975 op 65 jarige leeftijd met pensioen ben gegaan. Tot slot nog enkele technische gegevens van de tekenkamer: toen ik begon te werken, maakten ze op de fabriek veel verschillende electro motoren en generatoren, klein vermogen en groot vermogen. De grootste generatoren leverden 50.000 kw/h per unit. In 1975 leverde 1 unit 500.000 kw/h , dus wel 10 keer zoveel, dank zij allerlei verbeteringen en nieuwe vindingen. Het omwentelingenstal van de rotor was 3000 omwentelingen/min. Vroeger hadden we tekenborden van 1 m x 1,5 m om mee te werken, thans hebben ze deze allen vervangen door computers. De tijden veranderen en wij met hen.

Gijsbert Biesbroek.

Gijsbert Biesbroek 204 Kantoor Holec 2

Lees meer

De nettransformator en de energietransitie

De energie huishouding van een gemiddeld gezin: verleden - heden - toekomst


Bron: Pixabay (free of copyrights)

Een “gemiddeld” gezin is heden ten dage aangesloten op het aardgas om het huis te kunnen verwarmen en het warme water voor het douchen. De elektriciteit wordt gebruikt voor verlichting, tv en koken en de auto loopt op benzine. Je ziet: Een “gemiddeld” gezin heeft nu drie energiestromen tot zijn beschikking op elk moment van de dag en de opslag van de energie is geen probleem. (zie fig 1). In de nabije toekomst zal dat veranderen en zal er nog zeer waarschijnlijk maar één energiestroom zijn, namelijk de elektriciteit. De huisaansluiting zal dan standaard driefasig zijn. Indien het “gemiddelde” gezin zo overstapt door een warmtepomp te installeren voor verwarming en warm water en men de benzine auto inruilt voor een elektrische auto, dan zal dat grote consequenties hebben voor het elektriciteitsnet en voor de transformator in het bijzonder.

Energietransitie Het “gemiddelde” gezin zal het jaarverbruik zien toenemen van 3000 kWh naar 8300 kWh, dus bijna een verdrievoudiging (zie fig 2). Bij deze vereenvoudigde berekening is trouwens uitgegaan van 100% rendement ( dus geen energieverliezen ), geen verandering in levensstijl en geen extra isolatiemaatregelen aan de woning. Het piekverbruik zal daarentegen veel meer toenemen. In de winter leveren de zonnepanelen nagenoeg geen energie, de warmtepomp draait op vol vermogen en de accu van de auto moet dan ook nog opgeladen worden. In de zomervakantie, op een niet te hete dag, leveren de zonnepanelen veel energie, de meeste auto’s zijn in het buitenland en de warmtevraag is beperkt en de warmtepomp staat dan ook niet in de airco-stand. Er is dus geen piekverbruik, maar een pieklevering. Er is echter nog geen opslagmedium die het teveel aan elektrische energie opslaat voor een tijdstip dat de vraag hoog is, tenzij men daarvoor de accu van de auto’s (niet alleen van je eigen auto maar misschien ook die van de buren) wil gaan gebruiken.

 


Uit deze vergelijking tussen heden en toekomst is wel duidelijk dat het jaarverbruik, maar zeker het piekverbruik, zal reduceren als de woning goed geïsoleerd is en men alleen zuinige elektrische apparatuur gebruikt. Het is zelfs aannemelijk dat je straks meer moet betalen per kWh als je elektriciteit afneemt tijdens de piek, zoals nu al veel voorkomt bij bedrijven. Dat alles betekent dus een vast tarief ( dat hoger is dan nu ) maar aanvullend een flexibel tarief wat lager is in de nacht ( dat kennen we al ) maar veel hoger is tijdens de piekvraag.

Foto elektriciteitshuisje, bron: http://www.electriciteitshuisjes.nl/  ->>

Dit alles zal ook resulteren naar transformatoren met zo laag mogelijke verliezen. Bij dit alles dient men zich te realiseren dat de netspanning van 230 V “slechts” 10% mag variëren. Dus niet lager dan 207 Volt en niet hoger dan 253 Volt. De drie-fasespanning van 400 V mag dan variëren van 360 Volt tot 440 Volt.

Lees meer

Willem Benjamin Smit in 1888Op 19-04-2016 was het precies 130 jaar geleden dat de eerste openbare elektriciteitscentrale van Nederlands fabricaat van start ging ( de N.V. Electrische Verlichting Kinderdijk). De oprichter was Willem Benjamin Smit. Nadat Willem enkele jaren daarvoor (1881) een verlichtingsinstallatie had gebouwd voor de fabriek van Diepeveen, Lels en Smit, wilde de directeur ook elektriciteit in zijn eigen huis. Dit wekte grote belangstelling bij andere fabrikanten, want zij wilden ook hun olielampen vervangen door elektrisch licht. In 1884 werd Willem gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een elektrische centrale in Kinderdijk. 

Eerste Nederlandse wisselcentrale Kinderdijk 1886

De elektrische centrale Kinderdijk (1886). Bron: Brush Ridderkerk, Deze centrale bestaat niet meer. Ergens in de zestiger jaren van de vorige eeuw is het pand gesloopt.  

Zo ontstond het idee om een elektrische centrale te bouwen die niet alleen aan fabrieken, maar ook aan particulieren stroom zou kunnen leveren. De begroting kwam uit op HFL 26000,- en het kapitaal werd verstrekt door Jan Smit V die we later tegen komen. Hij verstrekte een lening tegen 3.5 % rente en de eerste elektriciteitscentrale in Nederland, de "N.V. Electrische Verlichting Kinderdijk" was een feit.

Naar de elektrische centrale van Thomas Edison
In 1884 ging Willem met een door hem zelf (elektrisch) verlicht schip van de Holland-Amerika lijn naar de Verenigde Staten (New York) om daar de eerste elektrische centrale van Thomas Edison ( The Edison Electric lluminating Company) te kunnen aanschouwen die al in 1882 "het licht" zag. De ervaringen die hij daar opdeed paste hij toe bij de centrale in Kinderdijk.

1882 Edison 640px-Thomas Edison2
Links:  The Edison Electric lluminating Company, rechts:  Thomas Edison (Bron: Wikipedia).

Edison2
Deel van het logo van de eerste elektriciteitscentrale ter wereld. Bron: Wikepedia, Flickr.  

Locatie
Men kiest een stuk terrein aan de waterkant, achter de kopergieterij van J & K Smit's scheepswerven te Kinderdijk, op de grens van de gemeenten Nieuw Lekkerland en Alblasserdam. De centrale komt dan ongeveer in het midden te staan van de aan te sluiten huizen en fabrieken. De ligging is ook praktisch - aan de waterkant - waardoor men zoet water voor de stoomketel en koelwater bij de hand heeft. Begin 1886 wordt begonnen met de bouw van de elektrische centrale in Kinderdijk. Het is een klein stenen gebouw van 6.5 bij 11 meter met een gebogen golfplaten dak en een 15 meter hoge schoorsteen.  De centrale werd gebouwd op een oude rivierbedding die zo  nat en drassig was dat 3 vijftien-meter lange houten heipalen op elkaar geheid moesten worden om een vast fundament te krijgen. Op deze ondergrond werd een stoomketel geplaatst en een stoommachine van 80 P.K.

Start bouw fabriek Kinderdijk 18-02-1886 Willem Benamin Smit 

Gorinchems dagblad 18-02-1886                                Willem Benjamin Smit (1860-1950)

Start elektrische centrale Kinderdijk (1886)
De "N.V. Electrische verlichting Kinderdijk" wordt officieel opgericht door Willem Benjamin Smit op 12 december 1885. Folkert Hessel Lels ,familie uit Alblasserdam wordt als snel naar voren geschoven als directeur. Willem Smit levert twee gelijkstroomdynamo's van elk 7,5 kW.(110 Volt) en de elektrische installatie (schakelborden enz.). Verder legt hij de lichtpunten en de leidingen naar de huizen en fabrieken. De stoomketel wordt geleverd door Machinefabriek Diepeveen, Lels en Smit evenals de stoommachine van 80 pk. Deze liggende compound stoommachine - voorzien van twee vliegwielen - drijft met lederen drijfriemen de beide dynamo's aan, elk met een capaciteit van ongeveer 7,5 K.W. gelijkstroom. De stoommachine draait dagelijks van 12:00 tot 22:00 uur en dan wordt tevens een accubatterij opgeladen, waarvan stroom kan worden afgenomen als men dit nodig heeft buiten de uren dat de stoommachine actief is. 

Eerste Nederlandse wisselcentrale Kinderdijk 1886   

De oprichting van de elektrische centrale in Kinderdijk, bron: de Ingenieur 23-01-1886

De oprichting van de elektriciteitscentrale "Kinderdijk", bron: "Nederlandsche Staatscourant" 15-1-1886.

De centrale begint op 19-04-1886 met ongeveer 350 aansluitingen, waarbij iedere lamp als een aansluiting werd geteld. De aansluitingen werden ondergronds aangelegd. Eind 1886 werden ook nog 21 straat-lantaarns voorzien van elektrisch licht. Kinderdijk leverde licht volgens een soort vastrecht calculatie, waarbij iedere abonnee per lichtpunt (hier dus per lamp die door de centrale geleverd werd) tussen de 12 en 15 gulden per jaar betaalde. In 1912 had de centrale 936 aansluitingen.

 

Een unieke luchtfoto waarop de elektriciteitscentrale van Kinderdijk te zien is achter de smederij van L. Smit & Zoon. Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard, met dank aan dhr. Jansen, secretaris H.V.W.A.

Unieke familiefoto met achterin beide met bolhoed Adriaan Pot en rechts daarnaast Willem Benjamin Smit. Bron: Archief Dordrecht/ familie Smit (Kinderdijk). Datering rond 1920-1930.

Machinist-elektricien / stoker 
De centrale had 1 machinist en 1 stoker in dienst. De machinist en de stoker waren de belangrijkste mannen van de elektrische centrale. Ze hadden samen de taak om de centrale draaiende te houden. Leidingen en lichtpunten werden door hen aangelegd en onderhoud was ook voor hun rekening. De machinist die werkzaam was in de elektrische centrale Kinderdijk was dhr. van den Berg. Heeft iemand daar een foto van ??

Lantaarnopsteker 

Voordat de elektrische centrale werd opgericht had men in Kinderdijk een lantaarnopsteker in dienst. Hij werd aangesteld door de gemeente om in de avond de straatlantaarns - die in die tijd vaak nog op petroleum of gas werkten - aan te steken. Dit was een dagelijks ritueel.  

Sluis op de Dam (Kinderdijk) met links  een lantaarnpaal, die werd verlicht door middel van petroleum (1910).

In die tijd (1910) zijn de he­ren Van Wijnen en Erkelens als lantaarnopstekers in dienst van de gemeente Nieuw Lekkerland. Erkelens nam de lantaarns op Dam, Kerkstraat, Polderstraat en Hoogendijk voor zijn rekening, van Wijnen liep vanaf de Dam, heel Cortgene, Oost- en West-Kinderdijk uit tot aan het kantoorge­bouw van Kloos Kinderdijk NV. Niet alleen omdat daar ongeveer de grens van Alblasserdams grondgebied ligt, nee, maar ter plaatse begon elektrische straatverlichting. Een straatverlichting die ongeveer ophield bij het post­kantoor in de Kinderdijk. Onderaan de machinefabriek van voorheen J. & K. Smit stond de centrale Kinderdijk, die zorgde voor licht langs de dijk en in huis voor de directieleden van Kloos en L. en J. & K. Smit. Machinist was de heer Van den Berg.

Lantaarnopsteker Van Wijnen begon zijn lantaarns aan te steken bij de vroegere scheepswerf van Jonker. Daartoe werd gebruik gemaakt van een laddertje, met een inkeping in de bovenste sport om glijden te voorkomen. Een van de raampjes van de zeskantige lantaarn werd geopend en met een lucifer werd licht gemaakt. He was oppassen dat de pit niet begon te roken en dan vlug het raampje dicht om doven van het lichtpuntje (meer was het niet) te voorkomen.

Met een beetje wind lukte dat niet altijd even goed. Vooral als het wat hard waaide kon het gebeuren, dat men weer de ladder op moest omdat de wind onder de kap van de lantaarn was geslagen. Zo zakte men dan de Kinderdijk af tot men op de Dam uitkwam. Behalve lantaarnopsteker, waren de heren Erkelens en Van Wijnen ook nachtwaker en moest men om het uur de tijd afroepen, bijvoorbeeld "10 heit de klok, 10 uur", waarna twee slagen met de klepper wer­den gegeven. Deze nachtdienst duurde van 10 tot 4 uur, in tegenstelling tot de dag politie, toentertijd gevormd door de agenten Praag en Zwart en later Kaat en Leuhof.

Het tijdstip van aansteken hing af van het jaargetijde en maanstand, 's Zomers brandden geen lantaarns, omdat de zon toch laat onderging en in de andere jaargetijden was het criterium of het volle maan was of niet. In het eerste geval was het niet nodig om de lantaarns aan te steken, in de andere gevallen van wassende maan, eer­ste en laatste kwartier wel. Dat kon in de wintermaan­den reeds in de late middaguren het geval zijn. Niet alleen aansteken, maar ook het uitblazen van de petroleumlichtjes behoorde tot de taak van deze mensen in gemeentedienst. Om 10 uur 's avonds werd begonnen - daar waar men de ladder het laatst had gebruikt - voor het aansteken en in omgekeerde richting werden de lantaarnpalen weer met een bezoek vereerd. Het uit­blazen gebeurde met een koperen blaaspijpje van on­geveer 40 cm lang dat door de opening in de kop van de lantaarn gestoken werd. Eenmaal per week werden de lantaarns onder handen genomen, werd koper gepoetst, de pitten en raampjes schoongemaakt en de tank met petroleum bijgevuld. Dit waren tijdrovende werkzaamheden die weinig geld in het laatje brachten. Daarom werkte men de resterende uren van de dag ook nog voor andere bedrijven of particulieren.

De opa van de secretaris van de Historische Vereniging West-Alblasserwaard - Willem Jansen - was ook lantaarnopsteker. Hij was waarschijnlijk de opvolger van boven genoemde heren van Wijnen en Erkelens, want hij begon in 1913 als lantaarnopsteker. Of hij ook de koolspitsen in de elektrische straatlampen heeft vervangen weten we niet, maar dat zou heel goed mogelijk geweest zijn aangezien men in die tijd oude petroleum en elektrische lampen door elkaar gebruikte in Kinderdijk. Met de komst van elektrisch licht verdween de lantaarnopsteker langzaam uit het straatbeeld van Kinderdijk en Krimpen aan de Lek. Machinist, stoker en lantaarnopsteker zijn vandaag de dag uitgestorven beroepen, maar in die tijd waren zij de belangrijkste medewerkers van een elektrische centrale en voor verlichting in de avond en nacht.

Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard, akte van aanstelling, ontvangen van Theo Jansen.

Gloeilampen 
De lampen werden door de Centrale geleverd. Abonnees betaalden per "lichtpunt"dus per lamp 12 tot 15 gulden per jaar. Willem Smit bestelde lampen van het merk "Edison" bij een vertegenwoordiger in Antwerpen voor een bedrag van HFL 2,50 (een flink bedrag in die tijd) en andere lampen van het merk Swan importeerde men uit Engeland. Beide lampen. Omdat er wat problemen waren met spanningsverlies werden dicht bij de Centrale Swan lampen gebruikt (110 Volt) en verder weg Edison lampen (108 Volt - 100 Volt). 

Een Edison en een Swan gloeilamp uit 1884 Edison gloeilamp uit 1884

Links, 2 Edison gloeilampen en rechts 2 Swan gloeilampen uit het jaar 1884.

Huiscentrale
Wanneer particulieren elektrisch licht afnamen van de elektrische centrale Kinderdijk (12 tot 15 gulden per jaar vastrecht) werd de huiscentrale gratis aangelegd maar bleef deze eigendom van de centrale, evenals de voor die tijd dure gloeilampen (type Edison en Swan) die door Willem Smit werden ingekocht in België en Engeland. Opgebrande exemplaren kon men inleveren bij de machinist van de centrale en die verving ze dan door nieuwe. 

Elektrische installatie voor een villa in Slikkerveer (1880-1890)   

Unieke foto van een zeer vroege elektrische verlichtingsinstallatie (huiscentrale) in een villa in Slikkerveer, aangelegd door Willem Benjamin Smit tussen 1880 en 1890. Op de foto zien we een schakelbord met installatie. Een soortgelijke installatie werd dus geplaatst in de villa van de directeur van firma Diepeveen, Lels en Smit.  Foto: Archief Brush HMA Ridderkerk.

Jan Smit V en de lift
De verlichting was stabiel, ondanks spanningsverlies, maar toen een zekere heer Jan Smit (niet de zanger) op het idee kwam om een elektrische lift in zijn huis te plaatsen. Jan Smit V was slecht ter been en dit was voor hem een uitkomst. Hij kon nu zonder de trap te gebruiken bij zijn bed op de eerste verdieping komen. Maar het elektriciteitsnet werd zodanig belast dat van Alblasserdam tot Nieuw Lekkerland de lampen half gedoofd werden op het moment dat hij zijn liftmotor activeerde en naar bed ging.  Ondanks alle gebreken en moeilijkheden waren de abonnees zeer tevreden met het elektrische licht.

 

De villa van Jan Smit, directeur van L. Smit & Zoon's scheeps- en werktuigbouw was aangesloten op de elektrische centrale van Kinderdijk en had de bewuste elektrische lift in zijn villa gebouwd die zorgde voor de stroom-dip wanneer hij naar bed ging en de lift aanzette. Jan Smit erfde de scheepswerf van zijn oom Leendert (opvolger van Fop Smit) en was in 1 klap schatrijk. (Hij werd Jan V genoemd). Deze Jan was diegene die de opdracht aan Willem gaf om de elektrische centrale Kinderdijk te gaan bouwen. Bron: Historische vereniging West Alblasserwaard.

 

Links, Jan Smit V voor zijn huis, rechts een portret van Jan Smit V, financier van de elektrische centrale Kinderdijk en de man van de lift... (1837-1911). Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard.

Verlichting in de fabriek
De meeste fabrieken in Kinderdijk werden voorzien van elektrische verlichting door Willem Smit. Hieronder een mooi voorbeeld van de fabriek van Diepeveen, Lels en Smit, waar we een aantal booglampen zien van het eerste uur. In de fabriek was een gloeilamp toen nog geen optie. Men had veel licht nodig in de hoge gebouwen en een booglamp was uitermate geschikt voor sterke / felle verlichting in en rondom fabrieken. Dubbelklik op de foto om deze in detail te bekijken. Let ook op de primitieve opstelling, loshangende kabels en drijfriemen bij de machines, een unieke foto !

 

Een unieke foto van de fabriek van Lels Smit & Diepeveen met een zestal van de eerste booglampen van Willem Smit aangesloten met elektriciteit van de centrale in Kinderdijk. Deze 6 booglampen lijken geschakeld te zijn net als de straatverlichting in Nijmegen in 1886). Verder zien we veel draaibanken met centrale aandrijving wat in die tijd gebruikelijk was in de fabrieken. Datering 1881-1888. Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard.

Een van de oudste foto's van een booglamp fabricaat Willem Smit (1880-1885)  

Een hang(boog)lamp van Willem Smit zoals deze werden geplaatst in fabriekshallen en huizen. Dit is de oudste foto van een booglamp, gemaakt door Willem Smit, die wij tot nu toe hebben kunnen vinden. (datering: 1880-1885). Bron: Brush Ridderkerk, fotonummer 13 

Stoommachine gemaakt in de fabriek van Lels, Smit & Diepeveen met op de achtergrond 2 booglampen aangelegd door Willem Smit. (1881-1888).  

Weer een stoommachine gemaakt in de fabriek van Lels, Smit & Diepeveen met op de achtergrond rechts 1 booglamp aangelegd door Willem Smit. (1881-1888). 

Een zeer primitieve opstelling van flinke booglamp bij een schuur bij L. Smit & Zoon in Kinderdijk Linksachter in beeld nog een booglamp. Dit is 1 van de gebouwen / fabrieksterreinen die op de eerste elektrische centrale waren aangesloten. Datering 1886 - 1900, Bron: Archief Dordrecht.

Hier zien we een schakelinrichting van Smit Slikkerveer voor de firma Kloos, die ook materialen bevat van Siemens. Rechtsboven zien we een metalen bordje van "Electrotechnische Industrie". Dat is de benaming van Smit Slikkerveer vanaf 1896. De vier zwarte blokjes met 750 Volt/1000 ampère en 750 Volt/225 ampère zijn voorzien van het logo van Siemens (twee keer een S door elkaar heen). Ook de ampère meters zijn van Siemens. Smit gebruikte dus ook onderdelen van andere fabrikanten in zijn zelf gemaakt schakelbord.

Ook de firma Kloos te Kinderdijk was een van de afnemers van elektrisch licht van de centrale Kinderdijk.

Nog 2 unieke foto's van de fabriek van Diepeveen, Lels & Smit met booglampen van Willem Benjamin Smit. Datering 1881-1888. Klik op de foto's om te vergroten. Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard.

Elektrische verlichting op het terrein bij L.Smit & Zoon. Een booglamp bij de sleephelling. (1886-1900).

 

Een booglamp op het terrein van L. Smit & Zoon bij de sleephelling (1886-1900).

Een fabriekshal van L. Smit & Zoon verlicht met gloeilampen van iets latere datum (1900-1910).

Deze foto is gemaakt in Kinderdijk rond de eerste Wereldoorlog aan de soldatenkleding te zien (1914-1915). Links op dit tafereel zien we een elektrische lantaarn aangesloten op de eerste centrale in Kinderdijk.

 

Op 5 maart 1906 bezocht het Koninklijk huis (Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik) de scheepswerven van L. Smit & Zoon. Op de foto rechts zien we ook een elektrische booglamp in het gebouw bij de fabriek van L.Smit & Zoon. waar het Koninklijk paar juist de fabriek verlaat. 

De elektrische centrale

De elektrische centrale Molenstraat 12 te Kinderdijk in 1886 (detail). Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard.

  

2 unieke foto's van het kantoorgebouw van L. Smit en zoon, gebouwd in 1904. De foto is van voor de verbouwing in 1948 Verder zien we de woning Molenstraat 22, de woning van de doktoren die naast huisarts ook bedrijfsarts waren. Het laatste gebouw is de smederij van L. Smit met in de achtertuin stond de elektrische centrale Kinderdijk. Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard. 

De machines
In Kinderdijk gebruikte men dus  een stoommachine van 80 pk. = 59 kW om 2 x 7,5 kW= 15 kW elektrisch vermogen op te wekken. Waar blijven die andere 44 kW dan zouden we ons kunnen afvragen ? " Het was in die tijd gebruikelijk om het vermogen van de stoommachine beduidend groter te kiezen dan dat van de dynamo. Hiermee werden toerental schommelingen (veroorzakers van hinderlijke spanningsfluctuaties) als gevolg van kortstondige belasting variaties vermeden"

Ontwerp elektrische inrichting voor 350 gloeilampen voor de centrale Kinderdijk.

Om een beeld te geven hoe bovenstaande opstelling eruit gezien moet hebben in Kinderdijk zal deze veel geleken hebben op de opstelling in Nijmegen. (zie foto hieronder). De foto is gemaakt in 1893 tijdens de uitbreiding van eerste elektrische centrale in Nijmegen voor de straatverlichting door Willem Smit. 

Eerste Electrische centrale Nijmegen 1893

Een liggende compound stoommachine - voorzien van 2 vliegwielen, die met lederen drijfriemen 2 dynamo's aandrijft. (Nijmegen 1893)

Schema liggende compound stoommachine, bron: www.machinemuseum.nl 

Opstellingsplan ketels en machines voor de centrale in Kinderdijk. 

De 2 generatoren van Kinderdijk (1886) 

De 2 generatoren van Willem Smit voor zijn elektrische centrale in Kinderdijk (1886)

 

Beide generatoren anno 2016 in het bedrijfsmuseum van Brush HMA Ridderkerk.  

 

Brief 1891

Brief uit 1891 

Aansluitingen 1886 - 1912 

Een overzicht van de aansluitingen op de centrale in Kinderdijk tussen 1886 - 1912.

Krimpen aan de Lek werd ook aangesloten op de centrale (1890)
In Krimpen aan de Lek toonde men ook veel belangstelling voor elektrisch licht. Vooral de scheepswerf J & K Smit wilde graag zijn werf verlichten met elektrisch licht. Ondertussen is de firma Willem Smit & Co zover gevorderd, dat zij een wisselstroom-systeem kan leveren; een 6 kilowatt wisselstroommachine die stroom levert met een spanning van 650 volt. Nadat men enkele maanden daarvoor had getracht de elektrische energie te distribueren over een reeds bestaande lange telefoonlijn, een poging die door de hoge weerstand en geringe belastbaarheid van de draad mislukte, werd Krimpen aan de Lek in 1890 ook aangesloten op de centrale van Kinderdijk. Daarvoor werd in het centraal station van Krimpen aan de Lek een extra dynamo ingezet.  Een bovengrondse leiding van 1,5 km en een concentrische kabel van 300 meter door de rivier de Lek zorgden voor het transport. 

In 1916 was er watersnood in Kinderdijk. Op deze uniek foto genomen vanaf de werf J & K Smit zien we de kabels die afkomstig zijn van de elektrische centrale Kinderdijk . Deze gaan naar "de punt" en vervolgens naar Krimpen aan de lek gaan. Wie heeft een duidelijkere foto ?? Bron: Historische Vereniging West Alblasserwaard.

Het tracé van de nieuwe kabel was als volgt: Eerst liep de stroomkabel enkele tientallen meters langs de boezem, richting Elshout. Ter hoogte van het kolenpad ging het dwars door de dijk langs de 'pelhuizen'. Vervolgens langs het kaatje, dat de scheiding vormde tussen het terrein van L.Smit en J .& K.Smit. Oostelijk van de beide veerhoofden ging de kabel dan de Lek in. Aangekomen in Krimpen a .d.Lek bleek de kabel drie meter te kort te zijn. Zonder toestemming van houthandel Boogaerdt (mevrouw Boogaerdt-Smit was een nicht van Willem Smit) liet Willem de tuin opgraven om de kabel aan te kunnen sluiten, wat niet in goede aarde viel.

Voor Krimpen aan de Lek leverde Willem Smit een 6 K.W. wisselstroommachine die een stroom leverde van 650 Volt en hij leverde ook een viertal luchtgekoelde transformatoren, die de spanning van 650 volt reduceerden tot 65 volt. Deze vier transformatoren 650 / 65 V. waren waarschijnlijk de eerste distributie transformatoren die in Nederland als zodanig werden toegepast. Ook het noodzakelijk gebruik van wisselspanning was een unicum. 

De vraag is nu of deze transformatoren door Willem Smit zijn gemaakt of dat hij ze heeft ingekocht. Wij denken dat hij deze transformatoren in 1890 zelf gemaakt heeft maar weten dit niet zeker. Als dat klopt heeft hij 10 jaar eerder transformatoren gemaakt dan wij dachten. Mocht iemand dit weten graag contact opnemen met Rudo Hermsen, mobiel: 06 19009274

Op 6 september 1890 krijgt Krimpen zijn eerste stroom voor 15 straatlantaarns en voor 25 percelen met in totaal 95 lampen van 40 Watt. (Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard).

In 1890 werd Krimpen aan de Lek aangesloten op de centrale in Kinderdijk

In 1890 werd Krimpen aan de Lek aangesloten op de centrale in Kinderdijk 

 

In 1896 bestond de elektrische centrale in Kinderdijk 10 jaar, bron: 6-6-1896, De Ingenieur 

7-1-1911, De Ingenieur

Een van de 2 generatoren van Kinderdijk (1886)  

Originele generator Kinderdijk. Deze is te vinden in de oudheidskamer in de fabriek van Brush in Ridderkerk.  

Bron: De ontwikkeling van de elektriciteit tot het jaar 1926 (Van Swaaij).

Uitbreidingen
Het aantal aansluitingen op de centrale breidde zich uit en in 1908 branden in Kinderdijk 512 lampen en in Krimpen aan de Lek 216. Hierdoor werd de centrale overbelast en dus moest er uitbreiding komen. Dit vond men in het achterste deel van de kopergieterij. Daar wordt een reserve-stoomketel geplaatst maar de mogelijkheden blijven beperkt. Gevolg is dat 2 andere fabrieken ook een eigen elektriciteitscentrale gaan aanleggen (N.V. Kloos & Zonen en J & K Smit in Kinderdijk).

In het midden de kopergieterij van L. Smit & Zoon, waar de uitbreiding voor de elektrische centrale werd geplaatst. (Molenstraat 12 Kinderdijk) Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard.

Schoonhovense Courant, 22-03-1890, bron: Historische Vereniging Crempene. 

 

Willem Smit en Adriaan Pot ?? 1893  

Willem Benjamin Smit en Adriaan Pot in de stationshal van station Nijmegen tijdens uitbreidingen van elektrische verlichting (1893). Bron: Stichting Willem Smit Historie.

Winst & Verlies rekening NV Electrische centrale Kinderdijk (1914).

De sluiting van de centrale
In 1910 begint aan Dordrecht met een geregelde stroomlevering. De centrale heeft een vermogen van 1200 kilowatt. Ook in het gebied rondom Dordrecht bestaat veel belangstelling voor aansluiting op het Dordtse elektriciteitsnet. Zwijndrecht is de eerste gemeente die aangesloten wordt. In 1915 worden de stroomleveranties overgenomen door het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf te Dordrecht, zodat de stroomlevering vanuit Dordrecht plaats vind en de elektrische centrale in Kinderdijk moet dan(na 29 jaar) het veld ruimen. Dan volgt de liquidatie en de machine installaties worden weggevoerd en leidingen gesloopt zodat deze niet meer gebruikt kunnen worden. Het gebouw wordt eigendom van L. Smit & Zoon en blijft nog jaren staan totdat het in 1964 gesloopt wordt door mensen met weinig gevoel voor historie. Dit gebouw had vanzelfsprekend een museum moeten worden !

Opheffing NV Elektrische centrale Kinderdijk in 1915

In 1917 schreef Jan Lels een artikel in de Ingenieur over de liquidatie van de oudste centrale van Nederland in Kinderdijk. De scan is niet erg duidelijk, maar volgens mij nog redelijk leesbaar.

NRC-04-04-1917

Op 04-04-1917 lezen we in het NRC dat de complete installatie van de voormalige elektrische centrale Kinderdijk te koop staat. Bron: NRC (het artikel werd mij toegestuurd door Jan Weeda, waarvoor nog mijn dank). 

20 september 1975 onthult professor dr. I . Popkov, voorzitter van het International Electrotechnical Comité (I.E.C.) een gedenkplaat die herinnert aan de eerste Nederlandse elektriciteitscentrale in Kinderdijk. De gedenkplaat is aangebracht tegen de gevel van de voormalige kopergieterij te Kinderdijk, thans het informatiecentrum van I.H.C. Smit. 

Systeem de Kothinsky / Kinderdijk
khotinskyNu zijn er natuurlijk altijd mensen die zeggen dat Kinderdijk niet de eerste centrale in Nederland is, want Achilles de Khothinsky uit Rusland had al in 1884 een proefproject met een kleine werkende installatie in Rotterdam neergezet (Systeem de Khotinsky). De Khotinsky fabriceerde de eerste gloeilamp in Nederland en was zeker de eerste met een elektrische centrale, maar beschikte echter niet over een compleet distributie systeem. Het systeem werkte met accumulatoren en hij moest zijn accu's elders opladen en over het water, de Maas, transporteren naar een centraal punt dicht bij de verbruikers. Verder leverde hij niet aan particulieren en was het geen Nederlands fabricaat.

Kinderdijk distribueerde direct van de dynamo naar de verbruiker door middel van ononderbroken elektrische geleidingen. Daarom mag Kinderdijk zeker worden aangemerkt als de eerste openbare Nederlandse elektriciteitscentrale. 

Dit zijn de 2 originele generatoren van Kinderdijk en te vinden in de oudheidskamer in de fabriek van Brush in Ridderkerk., foto Kees Tym. 

  

Een overzichtsfoto van na 1964 toen de elektrische centrale al was gesloopt. Bron: Historische Vereniging West-Alblasserwaard.

Een mooie luchtfoto van Kinderdijk anno nu. Op beide foto's is mooi aangegeven waar de elektrische centrale ooit stond. Bron: Theo Jansen, Historische Vereniging West-Alblasserwaard. Dubbelklik op de foto's om in detail te vergroten

In 2011 besteedde de NOS aandacht aan 125 jaar elektriciteit in hun journaal en op internet evenals RTV Rijnmond. Een replica van de eerste elektriciteitscentrale is te bezichtigen in het Elektriciteitsmuseum in Hoenderlo.
http://www.electriciteitsmuseum.nl/

Wanneer iemand nog fotomateriaal of documentatie heeft van de eerste elektrische centrale in Kinderdijk graag contact opnemen met Rudo Hermsen mobiel: 06 19009274.
Wij zoeken nog: 

  • Foto's van het interieur van de fabriek (nog niets gevonden)
  • Foto's van de fabriek, andere dan in dit artikel.
  • foto's machinist dhr. van den Berg of andere machinisten die hier gewerkt hebben.
  • Foto's van de stokers van de centrale
  • Foto's van medewerkers van de centrale

Bron: De eerste elektriciteitscentrales in Nederland " J. Hoek ,Historische Vereniging West-Alblasserwaard, Historische Vereniging Crempene, Holec Historisch Genootschap, Archief Brush HMA Ridderkerk, Stichting Willem Smit Historie, diverse kranten . Tekst: Rudo Hermsen/ Erik de Vries.


Bron: Pixabay (free of copyrights).

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Historische nieuwsflits

Shunt-dynamo's voor het Nederlandse leger (Smit Slikkerveer 1900)

Onderstaande prachtige foto komt van het Legermuseum in Delft. De datering is 1900. Een operator van de Genie troepen van het Nederlandse leger staat bij een schakelbord met daaronder gekoppelde shunt-dynamo's van Smit Slikkerveer. Het schakelbord en de shuntdynamo's zijn van Smit Slikkerveer. Vaak werd dit in combinatie geleverd. 

Electriciteitspaneel Genie werkplaats 1900 met shunt-dynamo Smit Slikkerveer.

Operator in de genie werkplaats staat bij een elektriciteitspaneel: Bron: Legermuseum Delft

Op de afbeelding zie ik twee mechanisch gekoppelde machine's. Wat er verder links nog aan de as zit kan ik niet zien. Ik heb het vermoeden dat het hier gaat om een combinatie van elektromotor en dynamo. De elektromotor aangesloten op een openbaar net ( 120 V. wisselspanning) mechanisch gekoppeld met een dynamo om de spanning op te wekken die men nodig had, bijvoorbeeld ca. 80 V. gelijkspanning om een accumulatoren batterij te laden. De Genie deed destijds al het technische werk, de Verbindingstroepen werden pas veel later een eigen onderdeel van de krijgsmacht. De telefoon en telegraaf verbindingen werkte op gelijkspanning.

Wat is nu een shunt dynamo ?
Bij een dynamo wordt het magnetisch veld verkregen door een elektromagneet die zijn spanning betrekt van de klemmen (het anker) van de dynamo. Als dit draait en er remanent magnetisme aanwezig is zal er geringe spanning in het anker worden opgewekt. Met deze spanning wordt de elektromagneet gevoed waardoor de magnetische veldsterkte toeneemt en daarmee ook de in het anker opgewekte spanning. Het zgn. "op spanning komen" Indien er geen remanent magnetisme aanwezig is moet de elektromagneet voorbekrachtigd worden. De eerste succesvolle dynamo die Willem Smit bouwde kwam niet op spanning omdat er geen remanent magnetisme aanwezig was. Na een voorbekrachtiging deed hij het wel.

Shunt motor

Shunt dynamo/motor: Foto: Wikepedia

De elektromagneet kan parallel op het anker aangesloten worden. Dus de plus van het anker aan de plus van de elektromagneet en de min aan de min. De belasting komt dan aan de plus en de min van het anker. Deze schakeling noemt men een shunt schakeling. Het type dynamo dat zo aangesloten is (en als zodanig ontworpen is) heet shunt dynamo.

Serie dynamo
Een andere mogelijkheid is om het anker en de elektromagneet in serie te schakelen. Dus de min van de elektromagneet aan de plus van het anker, de belasting komt dan tussen de min van het anker en de plus van de elektromagneet. Dit is een serie dynamo en moet ook als zodanig ontworpen worden.

Compound dynamo
Een tussen vorm waarbij  twee gescheiden spoelen de elektromagneet bekrachtigen is de compound dynamo. Deze heeft zowel een serie als een
shunt spoel voor de bekrachtiging.

Bij een shunt dynamo daalt de spanning als de belasting toeneemt.Bij een seriegenerator neemt de spanning juist toe bij een toenemende belasting.

Bij een geleidelijk veranderende belasting zal men kiezen voor een shunt schakeling waarbij om de spannnig constant te houden het magneet veld geregeld wordt met een in serie met de elektromagneet geschakelde regelweerstand. Typisch de toepassing bij lichtbedrijven.

De compound dynamo ( combinatie van eigenschappen shunt en serie) is uitermate geschikt om de spanning constant te houden bij sterk wisselende belastingen, zoals kraanbedrijven. tractie ed.

Erik de Vries

Schrijf reactie (0 Reacties)

Smit Ovens reclame (1955-1960)

 Advertentie van Smit Ovens (1955-1960).

Smit Ovens reclame (1955 - 1960)

Smit Ovens reclame (1955 - 1960)

Klik op bovenstaande foto om de advertentie te vergroten.

Smit Ovens reclame (1955 - 1960)

Bron: "Electrowarmte toepassingen" , uitgave van het N.I.V.E.E. (1955-1960). Eigendom Stichting Willem Smit Historie Nijmegen.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Bedrijfsfilm videobox

Cloud tag

Laatste artikelen

Laatste reacties

      LEES MEER

Wie is online

We hebben 173 gasten en geen leden online

Statistieken

Aantal bekeken pagina's
8788583
Our website is protected by DMC Firewall!