Smit Slikkerveer
Generator 1500 kW (1913)
Hoogte Kadijk
Transformatoren (1936)
Transformatoren
Smit Slikkerveer 1912
Smit Draad (1921-1927)
Kijkje in de Draadfabriek
Het vervoer van transformatoren d.m.v. paardentractie (Smit Transformatoren 1913-1915)
Dit duurde weken...
Thomas Rosskopf (1880-1953)
De oprichter van Smit Transformatoren, Draad, Weld en Ovens
Smit Slikkerveer
Elektrische centrale Tandjong Priok (1895)
Thomas Rosskopf
Excursieleider KIVI bij Smit Slikkerveer (1911)
Smit Draad
Vrouw aan de omspinmachine (1926)
Professor Nolen (1938)
Beproeving oude gramme dynamo bij TU Delft
Smit Elektroden
Laselektroden afdeling 1935
Willem Benjamin Smit (1860-1950)
Elektriciteitspionier en grondlegger van de Smit bedrijven in Nederland
Smit Transformatoren (1916)
4000 kVA transformator
Smit Gas Generatoren
1965-1969
Smit Ovens
Vervoer van een grote oven per slede (Groenestraat Nijmegen 1936)
Smit Transformatoren
Spoelenmontage 1921
Smit Transformatoren
Montage in de bak van een 4000 kVA transformator (Amsterdam 1916)
Smit Slikkerveer
Wereldtentoonstelling Brussel 1910
Smit Draad
Draadwals (1926)

Laatste updates

Willem Smit voorziet meelfabriek "de Sleutels" in Leiden van elektrische verlichting (1884) met filmfragment van de fabriek uit 1935

Edison gloeilamp 1884 In de negentiende eeuw vinden we op de "Leidsche stadswallen", voormalige stoommeel fabriek "De Sleutels". Deze werd al in 1884 door Willem Benjamin Smit voorzien van elektrische verlichting. Een deel van dit industrieel erfgoed maakt nu nog steeds deel uit van het stadsbeeld van Leiden.

Oprichting fabriek (april 1884)
Op 29 april 1884 wordt de voor die tijd hypermoderne stoommeelfabriek "De sleutels" opgericht en gebouwd aan de Zijlesingel in Leiden (bij de Vestwal in de Looierstraat) door Arie de Koster en Adriaan Koole. Adrie de Koster Sr, is handelaar in granen, zaden en meel en zijn compagnon Adriaan Koole de eigenaar van de Leidse windkorenmolen d'Oranjeboom.

Stoommeelfabriek 1900

Stoom meelfabriek "De Sleutels rond 1900 (Archief Leiden).

 
Links een dynamo (elektromotor) die Willem Smit gebruikte voor de aandrijving van de verlichting van Meelfabriek "De Sleutels" (1884) Bron: Archief Brush HMA Ridderkerk.

 

Kaart-stoommeelfabriek de sleutels de koster en co leiden
Dhr. John Livius stuurde mij deze prachtige en unieke (zeer vroege) kaart van Stoommeel fabriek de Sleutels uit Leiden met hier te zien de silo. Deze kaart is nog met "De Koster & Co" in het logo. (1904).

Fabrieksbranden
De fabriek werd door 3 branden geteisterd in 1891, 1902 en 1925. 

Bron: Zutphensche Courant 1891

Hieronder een uitgebreid verslag van deze brand.

Lees meer

Transformator voor gemaal Lely (1930)

Willem Kentie vond een unieke foto van het overladen van een transformator voor het gemaal Lely in 1930. Men kwam deze foto tegen tegen tijdens de voorbereidingen van een tentoonstelling voor de museumstoomtram in 2012. We zien hier een transformator van Smit, die staat op de spoorlijn in Medemblik, die werd gelost om vervolgens naar het toen in aanbouw zijnde gemaal Lely getransporteerd te worden.

 
In 1975 werden er transformatoren verwijderd uit Gemaal Lely. Dit zouden de transformator van bovenstaand plaatje kunnen zijn. 

Bron: Beeldbank Genootschap Wieringermeer.

Gemaal Lely
Reeds in 1914 was voorgesteld om de gehele Wieringermeerpolder met slechts een stoomgemaal te bemalen. Dit gemaal zou bij Medemblik geplaatst dienen te worden. De Zuiderzeeraad, een adviescollege, bepleitte niet alleen meerdere gemalen, zij toonde zich ook een sterk voorstander van elektrische bemaling.

Het is een ontwerp van de Haagse architect D. Roosenburg die in 1928 de opdracht hiervoor had gekregen. Het is een elektrisch aangedreven gemaal. Men had in eerste instantie een stoomgemaal willen plaatsen. Het gebouw heeft een bijzondere architectonische waarde en heeft een prachtige uitstraling. Het is in 1930 in gebruik genomen. Het is een Rijksmonument en in 2007 is het op geknapt en voorzien van een nieuwe verflaag. Het werd en wordt gebruikt om de Wieringermeer droog te maken en te houden.

{youtube}cvTfKq56fcA{/youtube}
Filmfragment : Opening Gemaal Lely (1930). Bron: Polygoonjournaal 30-3, Bron: Beeld en Geluid

Het gemaal is genoemd naar Cornelis Lely, initiatiefnemer tot de uitvoering van de Zuiderzeewerken en staat iets ten noorden van Medemblik. Het gemaal en is ontworpen door Dirk Roosenburg. Op aandrang van S. de Clercq, voorzitter van de Bond van Nederlandsche Architecten, heeft de Haagse architect D. Roosenburg (1887-1962) in 1928 de opdracht gekregen om voor een elektrisch aangedreven gemaal een bijzonder en aansprekend gebouw neer te zetten. De Clercq hield in zijn nota een warm pleidooi voor een aansprekende vormgeving van de grote kunstwerken in het Zuiderzeeproject. Hij constateerde dat Nederland bij de vormgeving van grote werken een achterstand had opgelopen ten opzichte van het buitenland. Van de Dienst Der Zuiderzeewerken verwachtte hij weinig initiatieven op dit terrein. Het optreden van De Clercq zou er mede toe leiden dat Roosenburg uiteindelijk werd aangezocht voor het vormgeven van de gemalen Lely en Leenmans. Ook de vormgeving van de heftorens van de grote sluizencomplexen in de Afsluitdijk werd aan hem overgelaten.

De bouwwerkzaamheden aan het gemaal werden eind 1929 afgerond. In december van dat jaar begon men met het wegbaggeren van de dijk rondom de bouwput. Op 5 en 6 februari 1930 vond volgens een mededeling in het ‘Driemaandelijksch Bericht’ “(…) eene uitvoerige beproeving der installatie plaats op grond van de uitkomsten, waarvan de installatie als voor de eerste maal opgeleverd werd aanvaard.” Op 10 februari 1930 wordt het gemaal in werking gesteld en als postume hulde aan de inmiddels overleden promotor van de Zuiderzeewerken tot “Gemaal Lely” gedoopt. (Bron: overgenomen van Historisch genootschap Wieringermeer).

Lees meer

Biografie Ir. Thomas Rosskopf (1880-1953) + 2 filmfragmenten

Biografie van Ir. Thomas Rosskopf (1880 - 1953), feitelijk oprichter van Willem Smit & Co's Transformatoren N.V. en één van de pioniers van de elektrotechniek in Nederland. 

Thomas Rosskopf was een der pioniers van de Nederlandse Elektrotechnische Industrie. Hij werd op 26-04-1880 te Amsterdam geboren en doorliep daar de Lagere School en de H.B.S. met een vijfjarige cursus. Van 1898 tot 1902 studeerde hij aan de Polytechnische school te Delft, waar hij het diploma voor Werktuigkundig Ingenieur behaalde. In 1904 behaalde hij het diploma Elektrotechnisch Ingenieur in Karlsruhe.

Thomas Rosskopf

Thomas Rosskopf 

Studententijd van Thomas Rosskopf
Van 1898 tot 1902 studeerde hij aan de Polytechnische school te Delft. Deze school had in die tijd nog geen opleiding tot elektrotechnisch ingenieur. Thomas was voorzitter van het studentencorps. Hieronder een aantal unieke foto's uit de collectie van de familie Rosskopf.

Rosskopf in zijn studententijd (Polytechnische school Delft 1899)

Prachtige foto van Thomas Rosskopf, met pet en pijp, te midden van zijn studievrienden bij de Polytechnische school Delft in 1899, bron Familie Rosskopf.

Bron: Studentenweekblad Polytechnische Schoolt Delft, 1901-1902. In 1901 was hij secretaris van de studentenvereniging en een jaar later voorzitter van het studentenkorps.

Ontgroening Delft 1898 (ergens moet Thomas Rosskopf er op staan).

De ontgroening van de studenten aan de Polytechnische school te Delft. De Datering van deze foto is 1898 (stond achterop de foto's). Hierop moet dus ergens Thomas Rosskopf te zien zijn. 

 

Lees meer

Biografie professor Clarence Feldmann (1867-1941)

Professor Feldmann (1930)

Professor dr. ing. Clarence Feldmann werd op 14 januari 1867 te New-York geboren en was van Duits-Joodse afkomst. Hij ontving zijn opleiding in Duitsland. Van 1883 tot 1885 studeerde hij aan de Königlich Bayerische Industrieschule te Neurenberg, van 1885 tot 1888 aan de Technische Hogeschool te Darmstadt, waar toen een afdeling voor elektrotechniek was ingesteld. Hij behoorde daarmee tot de eerste generatie academisch geschoolde elektrotechnici. De elektrotechniek was op dat moment nog een wereld van pioniers. 

Tijdens zijn studie Elektrotechniek in Darmstadt vond de jonge Feldmann veel inspiratie bij zijn hoogleraar, Professor Erasmus Kittler. Rond 1885 was er weinig bekend over wisselstroom. De theorievorming rond de gelijkstroom was al veel verder en de algemene opinie in die tijd was dat gelijkstroom het zou gaan winnen van wisselstroom. Tijdens de studie van Feldmann schreef Kittler een prijsvraag uit om de huidige meetmethoden voor wisselstroom te onderzoeken en te verbeteren. Clarence Feldmann won deze prijsvraag. Dit zou zijn verdere loopbaan voor een belangrijk deel bepalen. In 1888 slaagde Feldmann met lof en werd hij voor een jaar lang de assistent van Kittler. 

Na zijn studie werkte Feldmann dertien jaar in elektrotechnische industrie, onder andere in Hongarije bij transformatorproducent Ganz & co in Boedapest (1889). Bij Ganz werkte hij mee aan de ontwikkeling van transformatoren, meetinstrumenten, wisselstroommachines en elektriciteitsnetten (voor verlichtingstoepassingen). In 1890 stapte Feldmann over naar Helios Aktiengesellschaft für elektrische Beleuchtung und Telegraphenbau in Duitsland. Bij Helios een producent van elektriciteitscentrales, zette Feldmann zijn werk voort in de bouw en het ontwerp van elektriciteitsnetten. Zijn industriële carrière verliep maar moeizaam, omdat hij zich erg beperkt zag in zijn mogelijkheden om zich te ontwikkelen en te experimenteren met nieuwe technologieën. Feldmann voelde zich bij Helios op een gegeven moment meer handelsreiziger dan elektrotechnicus en ging daarom het onderwijs in. In 1902 werd Feldmann privaat docent aan de Technische Hochschule in Darmstadt.

Feldmann was door zijn kennis opgedaan in de Verenigde Staten, Hongarije en Duitsland betrokken bij de aanleg van alle elektriciteitscentrales in Nederland (behalve Kinderdijk = Willem Benjamin Smit). Bron: Beeldbank Den Haag (free of copyrights).


Professor Feldmann zien we rechts achteraan - staande vierde van rechts met bolhoed en snor- bij de aanleg van elektriciteitskabels voor het G.E.B. in Den Haag (1905).

 

Lees meer

De historie van transportbedrijf Fa. Frederiks (1890 - 1982)

Fa. Frederiks was één van de eerste vaste vervoerders voor Willem Smit & Co's Transformatoren-fabriek N.V. in Nijmegen. Het moet toch een flinke omschakeling voor dit bedrijf geweest zijn om vanaf 1913 de voor die tijd enorm grote en zware transformatoren voor Smit te gaan vervoeren. Hieronder de interessante geschiedenis van dit oude Nijmeegse transportbedrijf.

Fa Frederiks transport van een Trafo van Smit (1913-1915)
Vervoer van een transformator van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek door vervoersbedrijf Fa. Frederiks (1913-1915) Bron: Archief Smit Transformatoren.

Bron: Weezen-Almanak, p. 50-51, Reclame Frederiks, Weekmarkten (1936) met dank aan Anne-Marie Jansen Stichting Memento Mori Wezenkerkhof Neerbosch (Nijmegen).

De voorgeschiedenis G. Westerhof, 1870 - 1890
De geschiedenis van dit transportbedrijf begint bij dhr. G. Westerhof, die een Kolenhandel en Sleperij heeft opgebouwd aan de Regulierstraat in Nijmegen tussen 1870 en 1890. Nadat G. Westerhof is overleden verkoopt zijn weduwe de zaak aan Jan Frederiks op 01-08-1890.
G. Westerhof (Gelderlander 13-10-1870)

G. Westerhof 13-10-1870 (Gelderlander)

Periode Jan Frederiks (1890 - 1913)
Fa Frederiks reclame 11-10-1932In 1894 verhuist Jan Frederiks zijn bedrijf (Sleperij en Kolenhandel) naar Waalkade 70/71. Hij is dan te bereiken onder telefoonnummer 43. In hetzelfde jaar worden de paarden van Jan Frederiks opgeroepen voor een "Rijkskeuring van Paarden voor den Militairen Dienst" Dit staat groots aangekondigd in de Gelderlander van 15-04-1894. De keuring vind plaats op een terrein tussen de Graafse straat en Bottendaal (bij het station). Jan Frederiks staat met 3 paarden van resp. 13, 11 en 10 jaar op de lijst, niet echt paarden waarmee je de oorlog kunt winnen.


Rijkskeuring van Paarden voor militaire dienst (1894)

Rijkskeuring van Paarden voor militaire dienst (1894)

Rijkskeuring van Paarden voor militaire dienst (1894)

Overname Frederiks door Jo Dijkstra (1913)
J.H.A. "Jo" Dijkstra begint zijn loopbaan bij transportbedrijf Kramer. Nadat hij daar mede firmant is geworden neemt hij in 1913 slepersbedrijf en Kolenhandel Firma Frederiks over.

Lees meer

De Goudsche Lichtfabriek - mobiel hijswerktuig met paardentractie voor vervoer en plaatsen van transformatoren (1914)

In 1914 levert Smit Transformatoren een aantal transformatoren voor de in aanbouw zijnde elektriciteitscentrale van Gouda. Vrachtauto's zijn er nog niet dus is het paard het aangewezen vervoer voor de transformatoren.  Het transport naar de centrale duurt maanden en is zeer intensief. Iedereen probeert mee te denken om de transport mogelijkheden te verbeteren, maar ook het plaatsen en hijsen van de transformator is een probleem. G.E.B. Gouda laat een hefwerktuig ontwerpen door "de Goudsche machinefabriek v/h. Arends".  Dit hefwerktuig staat op een kar en deze kan worden voortgetrokken door een paard. Voor HFL 600,-- werd deze uitvinding in 1914 aangeboden aan directeur Thomas Rosskopf van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek. Tijdens van de uitbreidingen bij de Goudsche Lichtfabriek werd dit mobiele hijswerktuig gebruikt voor de transformatoren van Smit en andere zware materialen/machines. 

Thomas Rosskopf (1903/1904)Een uitvinding op transportgebied  van het G.E.B. Gouda (1914). Het lijkt alsof het paard slechts 1 achterpoot heeft, maar als je inzoomt op de achterste poten zie je toch echt twee poten met 2 hoeven. Het karretje heeft overigens drie wielen. Dat maakt het geheel tot een vreemde maar unieke foto compositie.  Bron: glasnegatief Stichting Willem Smit Historie Nijmegen. 

De brief gericht aan elektriciteitspionierThomas Rosskopf . Bron: boekje Smit Transformatoren 1913-1948

Paardentractie 1914

Paardentractie in 1914. Op deze manier werden de transformatoren in die tijd vervoerd. 

Korte geschiedenis van de Goudsche Lichtfabriek.
Het begon allemaal met de gasfabriek die in 1853 werd opgericht door de firma Westerman & Robbé. In 1887 nam de gemeente de gasfabriek over en in 1910 werd besloten een elektriciteitscentrale te bouwen direct naast de gasfabriek op het terrein van het voormalige leprooshuis aan de Hoge Gouwe 189 in Gouda.

Lees meer

Bedrijfsschool Royal Smit Transformers (1951 - heden)

Van collega Paul Klein Schiphorst ontving ik onderstaand artikel uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw toen Smit Transformatoren nog een eigen bedrijfsschool had waar interne opleidingen werden gegeven. Anno 2014 is er nog steeds een bedrijfsschool.

De opleiding van jongeren bij Smit Transformatoren begint in 1946 enige structuur te krijgen, we gingen er toen toe over om het leerlingenstelsel van Bemetel in te voeren. De ambachtsschool in Nijmegen was in de oorlog zwaar beschadigd, zodat wij tot 1948 moesten wachten voordat we de eerste leerlingen met een vooropleiding binnen kregen. Van 1946 tot 1948 hebben we noodgedwongen jongens zonder enige vooropleiding in onze werkplaatsen het vak geleerd.
Bedrijfsschool Smit Transformatoren (1983-1985)

Bron: Paul Klein Schiphorst / Gelderlander (1985 - 1986)

In 1951 zijn we begonnen om op bescheiden schaal een eigen bedrijfsschool op te richten. Deze bleek vele jaren later zo’n groot succes te worden dat we er zelfs internationale prijzen mee in de wacht sleepten. Hieronder een foto van de eerste 10 leerlingen van de bedrijfsschool van Smit. Dit waren de eerste 10 geselecteerde  leerlingen van de Ambachtschool. Het rapport gemiddelde moest over het laatste jaar gemiddeld een 7 zijn. 

eersteleerlingenbedrijfsschoolsmit1951

Bedrijfsschool Smit Transformatoren in 1951.  

 

Tussen 1951 en 1955 bevond de bedrijfsschool zich op een andere locatie, namelijk het kantoor wat vòòr 2001 het kantoor van Willem van Wely was + productieplanning van Masseling en de ruimte waar Reinout La Grouw i.C.T. de scepter zwaaide. Daarna verhuisde men naar de Groenestraat 249 in Nijmegen.

De leerlingen op de verzamelfoto zijn staand op een kistje van links naar rechts:

1 = Frits Kunst heeft na de bedrijfsschool in de kwaliteitsdienst Mech. Bew. gewekt tot ong. 1960 daarna naar Hyster gegaan heeft in Ierland en Schotland gewerkt was de laatste 10 jaar van zijn werkzaam leven Technisch Directeur Hyster Nijmegen, zijn baas was Haalmeijer. Frits is in januari 2014 overleden.

2 = Jan v.d Heuvel is verkoper geworden in de Benelux van Machines en Gereedschappen heeft jaren bij Gibas A'dam gewerkt.

3 = Willem van Wely, heeft na de Bedrijfsschool een 2 jarige opleiding gedaan bij T.N.O. Delft als Verspaningsdeskundige, daarna bij Bosboom en Hegener in A,dam een opleiding gedaan als Arbeidsanalist kwam als 20 jarige terug naar Smit, waarna hij vele leidinggevende functie's beklede is in 2001 als productieleider grote Transformatoren met pensioen gegaan, heeft er 50 jaar gewerkt.

4 = Peuki van Koolwijk klein manneke zijn vader was voorman in de kastenmakerij, is na de bedrijfsschool naar de marine gegaan heeft daar als Adelborst onder Jan Wildeboer gedient Peukie is in 1980 overleden.

5 = Harry Spanbroek leunend tegen staander is na de bedrijfsschool naar de Scheepvaartschool gegaan heeft daarna als Stuurman gevaren op de Koopvaardij tot ongeveer 1970 is daarna eigenaar geworden van een buizenfabriek op Curacao.

6 = Otto Witjes, Otto is na de Bedrijfsschool in Militaire Dienst gegaan heeft een vliegopleiding in Canberra gedaan was een van de eerste F16 piloten.

Lees meer

De tinmijnen van Banka en de eerste 33 kV transformator van Smit Transformatoren (1919)

Banka en de energievoorziening. 
In nummer 22 van “De Ingenieur” uit 1919 staat een artikel “Electriciteitsvoorziening van de tinmijnen op Banka” van ir. A. van der Ham. In deze zeer uitvoerige verhandeling wordt gewag gemaakt van een door Smit gebouwde 33 kV transformator. Een beroemde transformator omdat het de eerste van 33 kV voor Smit was en hiermee de opmaat vormde voor de eerste 50 kV transformatoren die zij mochten bouwen voor het “ultra hoogspanningsnet” van de provincie Gelderland. Wij wisten wel dat deze transformator ooit gebouwd is maar tot nu toe niet voor welke klant. Genoeg redenen om hier een artikel over te schrijven.

 
Bron: De Ingenieur 1919 

Banka-Billiton
De provincie Banka-Billiton bestaat uit de eilanden Banka (Bangka) en Billiton (Belitung), die ten oosten van Sumatra (Indonesië) liggen. De lengte bedraagt ongeveer 210 km en breedte 120 km. Sinds het begin van achttiende eeuw wordt hier tin gedolven.  In 1722 sloot de VOC een overeenkomst met de sultan van Palembang die toen de heerser was van dit gebied en de VOC kreeg zo de monopolie op het tin van Banka. China had de meeste kennis van het delven van tin en zo werden door de sultan Chinezen naar Banka gehaald en al snel kwam de hele organisatie in Chinese handen. 

Foto arbeiders in tinmijn Banka (1930) afkomstig van het Tropenmuseum, This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.


Deel kaart van Nederlands Indië met daarop de locatie van de eilanden Banka en Billiton (bron de Ingenieur 1915)

Chinese mijnwerkers voeren grond af in tingroeve (mijn 3B) te Pangkalpinang te Banka (1920). Bron Rijksmuseum, Publiek domein fotograaf onbekend.

In 1819 kreeg de Nederlandse staat de tinmijnen in handen en in 1850 besloten twee Nederlandse barons om het nabij gelegen eiland  Billiton te verkennen om te kijken of daar ook bodemschatten te vinden waren net als op Banka. Zij vonden tin en vervolgens werd in 1852 de concessie aan baron Van Tuyll verleend om tin te ontginnen in Billiton. Daarna werd de Billiton Maatschappij opgericht. De Billiton Maatschappij stopte in 1958 met de tinwinning in Indonesië, en is op dat moment onder andere actief in Suriname.

Lees meer

Thomas Rosskopf (1903/1904)Deze website gaat over de historie van het bedrijf Smit Transformatoren uit Nijmegen en de bedrijven die hieruit zijn ontstaan. "Royal" Smit Transformatoren bestaat al meer dan 100 jaar en heeft een zeer interessante geschiedenis. Het bedrijf is opgericht door de eerste elektriciteitspioniers van Nederland en ook deze geschiedenis komt ruimschoots aan bod. De website bevat nu al meer dan 700 artikelen, duizenden foto's en een flink aantal bedrijfsfilms. De meeste artikelen zie je niet direct, maar komen pas tevoorschijn na een zoekactie vanuit het zoekscherm op de website. 

Willem Smit & Co’s Transformatorenfabriek N.V. aan de Groenestraat in Nijmegen werd officieel 02-05-1913 opgericht door Thomas Rosskopf. De stuwende kracht, naamgever en commissaris was Willem Benjamin Smit, die in 1882 de "Electrisch-Licht-Machinen fabriek" had opgericht in Slikkerveer, vlak bij Rotterdam.

Smit Slikkerveer was een van de allereerste bedrijven in Nederland die elektrische apparaten en verlichting aan de man brachten. In 1900 begon men met het bouwen van transformatoren, reeds in 1908 was er sprake van serie productie. Vanwege ruimtegebrek gaf hij aan het hoofd van de transformatorenfabricage,  Ir. Thomas Rosskopf de opdracht een nieuwe locatie voor zijn snelgroeiende bedrijf te zoeken. Rosskopf kwam daarbij uit in

Nijmegen, een oude bekende voor Willem Smit omdat hij daar in 1886 al de elektrische straatverlichting had aangelegd aangestuurd door een kleine elektriciteitscentrale ingericht in een hoekje van de gasfabriek aan de Nieuwe Marktstraat. Daarmee was Nijmegen de stad met de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale van het land.

Op 2 mei 1913 gingen Ir. Th. Rosskopf, Ir. A. J. Bergsma samen met commissaris Willem Benjamin Smit en de andere aandeelhouders (J. G. Jurgens en Chr. C. Zeverijn) naar de notaris en werd Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek N.V. opgericht.

Reclame Smit Slikkerveer 07-01-1885 Willem Benjamin Smit in 1888   Tuimellantaarn Nijmegen 1886 (pentekening Willem Benjamin Smit)

Reclame 07-01-1885 (Nieuws van den dag)

Willem Benjamin Smit Willem Benjamin Smit 

Willem Benjamin Smit, bron: archief Brush HMA Ridderkerk.

Eerste Electrische centrale Nijmegen 1893 Lamp gemaakt door W. Smit 1885

Links: In 1893 werd de eerste elektrische centrale Nijmegen (1886) uitgebreid met deze prachtige machine. (Bron: Archief Brush HMA), rechts: Booglamp fabricaat W. Smit t.b.v. het eerste elektrisch licht in Nijmegen.

In november 1913 werd de fabriek in gebruik genomen.
Kijkje in de fabriek 1913
Kijkje in de fabriek 1913

Luchtfoto Willem Smit aan de Groenestraat 1921

Onder leiding van de eerste directeuren Rosskopf en Bergsma en later Nolen (zie foto's) vonden er spoedig uitbreidingen plaats en ook het aantal werknemers nam gestaag toe: van 38 man in 1913 tot bijna 600 in 1940. 

 

Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek zoekt ervaren wikkelaars (NRC 29-05-1915)
Reclame 29-05-1915 (NRC)

Directeur Rosskopf

 Directeur Bergsma Directeur Nolen 

Van links naar rechts: ir. Thomas Rosskopf, ir.  A.J. Bergsma, Professor H.G. Nolen.

Spoelmontage grote transformatoren 1921

In 1949 kwam de duizendste werknemer in dienst. Het hoogste aantal werknemers bedroeg 1700 (eind vijftiger jaren).  Als "Smit Nijmegen groep" had men in 1969 zelfs een personeelsbestand van 3380 medewerkers. Later nam het aantal werknemers flink af. Na een aantal overnames en reorganisaties draait de fabriek nu weer op volle toeren en ziet het er weer zeer positief uit voor dit prachtige bedrijf.

Klik hier voor meer historie van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek NV.

{jcomments off} 

 

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Historische nieuwsflits

De eerste stoom-dynamo's van Smit Slikkerveer (1885)

Stoom-dynamo's, ter voortbrenging van elektrisch licht, vervaardigd door Willem Smit & Co.,te Slikkeveer.

Stoomdynamo Willem Smit 1885

Stoom-dynamo, ter voortbrenging van elektrisch licht, Willem Smit & Co., te Slikkerveer.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Voor het welslagen van een goede elektrische verlichting is in de eerste plaats een goede beweegkracht noodzakelijk. Alleen met een regelmatige drijfkracht is regelmatig licht te verkrijgen. De toepassing van accumulatoren om een elektrischen stroom van onregelmatigheden in de beweging van den motor te zuiveren, is slechts ten deele juist, aangezien de daarmede gepaarde grootere onderhoudskosten het gebruik er van niet raadzaam maken.

Tot de motoren, die wij ten dienste van het elektrisch licht kennen, behooren in hoofdzaak stoommachines, gasmachines en waterwielen of turbines. Stoommachines zijn voorzeker het meest in toepassing, ofschoon gasmachines en waterwielen onder bijzondere omstandigheden boven het gebruik van stoom te verkiezen zijn. Gaskracht is doelmatig voor kleine krachten en huishoudeljke toepassingen, terwijl waterkracht bijna alle gewenschte voordeelen aanbiedt; maar zoolang men er niet in geslaagd is, deze kracht bij onze rivieren daartoe doelmatig ten nutte te maken, evenmin als voor onze gewone windmolens, en het gebruik er van gevolgeljk alleen bij watervallen of buitengewoon snelvlietende, ingesloten stroomen kan plaats vinden, komt de aanwendig van waterkracht nog weinig voor. Aldus bepalen wij ons hier tot eenige beschouwingen over het gebruik van stoommachines voor de voortbrenging van elektrisch licht.

De eischen, die men aan een voor dat doel geschikte stoommachine behoort te stellen, zijn: zekerheid van werken, regelmatige gang, zuinig verbruik van brandstof en weinig ruimte innemend. Dynamo's maken in den regel van 1000 tot 1500 wentelingen per minuuut, zoodat hierdoor een overbrenging van een gewoon loopende stoommachine, 't zij met een riem, snaren, wrijvings- of kamraderen noodzakelijk wordt. Om dit te voorkomen, kwamen de zoogenaamde rotary-machines in gebruik, welke met dezelfde snelheid als de dynamo's werken en derhalve daaraan direct konden verbonden worden; terwijl men er tegenwoordig meer en meer begint toe over te gaan, om zoowel de dynamo als de stoommachine op matige snelheid te gebruiken en daarbij eveneens de twee werktuigen aan elkander direct te verbinden in den geest als bijna alle centrifugaalpompen van niet te kleine afmeting. Nu bestaat de moeielijk daarin, om van deze toepassingen naar gelang van omstandigheden het juiste gebruik te maken. In fabrieken, waar van de aanwezige drijfkracht gebruik moet worden gemaakt, hangt de plaatsing en de wijze van drijven der elektrische toestellen geheel af van lokale toestanden; als men echter voor afzonderlijke drijfkracht te zorgen heeft, is weinig plaatsruimte bijna altijd een eerste vereischte. In groote steden is de plaats somtijds kostbaarder dan de machine, die er op staat; aan boord van stoombooten, welke tegenwoordig bijna alle tot het gebruik van elektrisch licht overgaan (de Engelsche marine besteedde dezer dagen voor 43 harer oorlogschepen de elektrische verlichting aan) is er evenmin ruimte over. 't Is immers een natuurlijk gevolg van de zaak zelf; waar veel menschen zijn, is veel licht noodig en juist daar is de grond kostbaar en besproken.

De firma Willem Smit & Co., fabrikanten te Slikkerveer, hebben dezer dagen hun nieuw type van stoom-dynamo volgens bovenstaande afbeelding in den handel gebracht, waarvan de eersten zullen dienen voor de verlichting der cellulaire gevangenissen te 's Hage, Arnhem en Breda. Deze soort van stoom-dynamo's maken aanspraak op de volgende voordeelen: zekerheid van werken, regelmatige gang, geen krachtverlies door riemen-transmissie, weinig ruimte innemend en ofschoon minder zuinig in kolenverbruik dan compound of condenseerende machines, even zuinig werkend als een gewone hoogdruk-machine en veel zuiniger dan de zoogenaamde rotary-machines. Het nadeel dezer stoom-dynamo's is echter, dat ze kostbaarder zijn dan de dynamo's van de gewone soort met riementransmissie en als zoodanig in de gewone industrie niet zoo spoedig ingang zullen vinden. In plaats van een liggende stoommachine wordt deze er ook in een staanden vorm op toegepast, b.v. aan boord van stoomschepen.

Deze stoom-dynamo's kunnen in verschillende grootte worden gemaakt van af 50 tot 1000 lichten en hooger. Die volgens de afbeelding geeft een stroom van 200 ampères bij 50 volts, bij een snelheid van 300 wentlingen per minuut, hetgeen gelijk staat met 300 lampen van 12 kaarsen. Deze snelheid wordt gelijkmatig gehouden door een gevoeligen regulateur. Ten einde bijzondere besparing van brandstof te bevorderen, is het raadzaam hooge stoomspanning aan te wenden van ongeveer 8 à 10 atmosfeer overdruk, ten einde meer van de uitzetting van den stoom te kunnen profiteeren; evenwel zijn, bij het gebruik van de meer algemeen toegepaste stoomspanning van 5 atmosfeer, de werking en het kolenverbruik ook geheel bevredigend. Aan boord van een stoomschip is het meerdere kolenverbruik voor zijn elektrische verlichting proefondervindelijk gebleken nauwelijks waarneembaar te zijn. Vele verbeteringen, waaronder voornamelijk de vermindering van aanleg- en exploitatie-kosten waarborgen daar de meer algemeene toepassing van het elektrisch licht.

Het zal den schrijver dezer regelen, waarit het bestaan eener nieuwe, zeer belangrijke industrie in ons eigen land blijkt, aangenaam zijn door volgende mededeelingen de bewijzen te kunnen geven, dat zij zich vorspoedig ontwikkelt en met de buitenlandsche gunstig kan wedijveren.

Overgenomen van "De Natuur", Populair Geïllustreerd Maandschrift, gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.

15 Juli 1885 - 5e jaargang.

Schrijf reactie (0 Reacties)

1700 mensen werken bij Smit Trafo (1957)

Uit onderstaand artikel bleek dat Smit op 30-11-1957 dus 1700 man personeel in dienst had. Het hoogste aantal uit de historie. In die periode vonden veel uitbreidingen plaats.

Uitbreidingen bij Smit 30-11-1957

Leidsche Courant 30-11-1957

 

Schrijf reactie (0 Reacties)

Bedrijfsfilm videobox

Cloud tag

Laatste artikelen

Laatste reacties

      LEES MEER

Wie is online

We hebben 215 gasten en geen leden online

Statistieken

Aantal bekeken pagina's
6925162
DMC Firewall is developed by Dean Marshall Consultancy Ltd