Contact gegevens:
Stichting Willem Smit Historie Nijmegen
Binnenvaart 15
6642 CT Beuningen (Gelderland)
E-mail: info@willemsmithistorie.nl
Mobiel: 06 19009274
KvK nummer: 58361855
ANBI erkend.

Fabriekscentrale Stork & Co te Hengelo met generatoren van Siemens en Smit Slikkerveer (1900-1914)
In 1941 werden door Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek 2 reusachtige transformatoren afgeleverd voor de koppeling Rotterdam - Den Haag. In mei 1941 werden daarvoor 2 identieke transformatoren vervoerd. De een voor de centrale GEB Den Haag en de ander voor de centrale aan de Galileistraat in Rotterdam.
In de Gelderlander van 14-05-1941 werd ook een artikel besteed aan dit transport . Dit betrof het vervoer naar GEB Den Haag. (Zie hieronder).
Bron: Gelderlander 14-05-1941
Vanwege het uitbreken van de oorlog ontstond er grote vertraging voor de levering van deze transformatoren. Mededirecteur Bergsma schreef daarom op 05-06-1940 een brief aan het G.E.B. in Den Haag en maakte hen erop attent dat "wij reeds op 10 Mei door de Duitschers bezet zijn en sindsdien met alle mogelijke moeilijkheden te kampen hebben."
Hieronder de bewuste brief aan het G.E.B in Den Haag (05-06-1940). Alles kwam tenslotte nog goed en de trafo's werden geleverd, al kwamen er wel boetes en rentevergoeding bovenop vanwege late levering. Pas in 1983 werden beide transformatoren uit bedrijf genomen ! Ze hadden dus een levensduur van 42 jaar !!. Dat zegt genoeg over de kwaliteit van de transformatoren van Smit.
Lees meer: Vertraging levering transformator aan Den Haag vanwege uitbreken van WO II (1941)
Schrijf reactie (1 Reacties)Eerste elektrische straatverlichting
In juli 1886 werd de eerste elektrische straatverlichting in Nederland een feit. Willem Benjamin Smit fabriceerde in zijn fabriek in Slikkerveer een aantal straatlantaarns, die voorzien waren van het toentertijd revolutionaire tuimelmechanisme, bedacht door Willem zelf. Dit tuimelmechanisme was nodig om het vervangen van koolspitsen in de lampen te vergemakkelijken omdat deze dagelijks vervangen moesten worden.
Keizer Karelplein in Nijmegen (1900)met prominent in het midden de elektrische tuimellantaarn van Willem Smit.
De eerste elektrische tuimellantaarns werden in juli 1886 in Nijmegen geplaatst door Willem Smit. Later werden er ook nog andere typen elektrische straatlantaarns door Willem Smit geleverd, met afwijkende masten en zonder tuimelmechanisme, waarschijnlijk waren die een stuk goedkoper. Dit hield wel in dat er dagelijks een mannetje in de mast moest klimmen om de koolspitsen te vervangen, iets wat wij ons vandaag de dag niet meer voor kunnen stellen, want verlichting is voor iedereen een vanzelfsprekendheid geworden. Als je dan bedenkt dat elektrische verlichting slechts 125 jaar oud is.....
Schrijf reactie (0 Reacties)Smit Ovens maakte in de jaren zestig grote ovens voor het productieproces van beeldbuizen voor de eerste televisies die in massaproductie op de markt kwamen. In het begin vooral voor zwart-wit tv's later ook voor kleuren tv's. Onderstaande prachtig ingelijste foto van de fabricage van tunnelovens (klokovens) voor thermische behandeling van kleuren-televisiebuizen ontving ik van Peter Verweij van Aalborg-industries (Smit Gasgeneratoren). De foto is 1 m. x 1.10 op hout en een museumstuk. Onlangs vond ik ook de originele foto in Smit Mededelingen jaargang 1968 en de bijbehorende tekst heb ik eronder geplaatst.

Fabricage van tunnelovens voor thermische behandeling van kleuren-televisie buizen (1968).


Glastunneloven voor de fabricage van kleuren televisiebuizen, nuttige ovenbreedte 2.2 m, totale ovenlengte 34 m.
Bron: Smit Nijmegen Historisch Genootschap / Smit Mededelingen 1968.
Eric Goewie stuurde mij een kort verhaal en een aantal unieke foto's en knipsels van zendstation Radio Malabar waar in 1923 de eerste (lange golf) radiotelegrafie verbinding tot stand kwam tussen Nederlands Indië en Nederland (Radio Kootwijk). Zijn vader (Johan Bernard Emile Goewie) werkte daar jaren lang als elektrotechnicus en samen met zijn gezin woonde hij zelfs bij het zendstation. In 1945 moest hij vluchten.
Zijn vader had altijd met veel plezier op het zendstation gewerkt en sprak daarover met veel warmte maar ook met veel verdriet, want de vernietiging van het zendstation had hem ook behoorlijk aangegrepen. Zijn naaste collega was Erne van der Worm (1914-1987). Zie ook de publicatie van Erne van der Worm.
In 2012 ging Erik Goewie terug naar Indonesië om te zien waar zijn vader vroeger gewerkt had en waar hij geboren was.Van het zendstation was bijna niets meer over, nadat dit in 1942 door de Japanners werd gebombardeerd en later door medewerkers van het zendstation in brand werd gestoken als tactiek van de verschroeide aarde zoals zijn vader hem had verteld.
Erik Goewie liep de vluchtroute terug die zijn vader in 1945 gelopen had nadat het gebouw van Zendstation Malabar in brand was gestoken. In de week voor de brand kreeg men bezoek van "Pemoeda's" (Indonesische vrijheidsstrijders) die alles kort en klein sloegen. De vlag van het zendstation Malabar (de Nederlandse vlag) was opgeborgen onder het matrasje van het bedje waarop Erik Goewie als baby lag. Als men deze vlag gevonden had dan was het slecht afgelopen met de familie Goewie, maar gelukkig was dit niet het geval en kon de familie zich na een barre tocht in veiligheid brengen en vluchten per jeep. Hieronder een aantal prachtige en unieke foto's. Voor de complete geschiedenis van zendstation Malabar klik HIER.

Lees meer: 1945 - de vlucht uit zendstation Malabar (Nederlands Indië) het verhaal van Eric Goewie
Schrijf reactie (4 Reacties)
In 1910 vond de Wereldtentoonstelling in Brussel plaats. Thomas Rosskopf werkte in die tijd nog bij Smit Slikkerveer als baas van de transformatorenafdeling en hij schreef schreef als lid van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs een interessant artikel over deze expositie in de Ingenieur uit 1910. Klik HIER om het hele artikel in te zien (pdf, 3mb).
Een stukje uit een artikel mbt een tentoonstelling 16-07-1910 waar Th. Rosskopf een voordracht doet voor zijn toenmalige werkgever Smit Slikkerveer. Klik op het artikel om dit te vergroten. Bron: NRC 16-07-1910
Schrijf reactie (0 Reacties)Een illustratieve foto van een op het fabrieksterrein van Smit Transformatoren "spoortransport gereed" gemaakte transformator, voorzien van een duidelijke tekst. Het transportgewicht van de transformator was 90.000 kg. (in de tekst is een nul weggevallen). Het transport per spoor had het voordeel dat er grotere gewichten vervoerd konden worden dan bij wegtransport. Bij transport over water waren nog grotere gewichten mogelijk. Voor bestemmingen die niet over het water bereikbaar waren, was spoortransport voor grotere transformatoren een uitkomst. Smit Transformatoren had voor dit doel een eigen aansluiting op het spoor en beschikte over een zgn. "kuilwagen" naar eigen ontwerp.
Bron: Gelderlander 20-05-1952.
De voorste en de achterste wielstellen van de kuilwagen werden met balken aan elkaar verbonden, de transformator hing tussen deze balken, de bodem van de transformatorkast rustte dus niet op een laadvlak zoals bij een vrachtwagen. Het nadeel van deze transport methode was dat het ontwerp van de transformator aangepast moest worden aan het spoorprofiel, dat is de ruimte die men heeft tussen en naast de rails.
Bij een geëlektrificeerd spoor hangen de rijdraden op een bepaalde afstand boven de rails, dit is de maximale hoogte voor een transport. De rijdraden hangen aan traversen die afgesteund zijn door masten. De breedte tussen deze masten is de maximale breedte voor een transport. Bij smalle doorgangen, bruggen en tunnels bijvoorbeeld is de breedte vaak beperkt. Het ontwerp moest dus aangepast worden aan het spoorprofiel. Dit kan behoorlijk ingrijpend zijn, bijvoorbeeld de toepassing van een vijfpoots kern i.p.v. een driepoots kern om hoogte te besparen.
Het transport per spoor, populair in landen met weinig waterwegen, werd in Duitsland mogelijk gemaakt door de toepassing van z.g.n. "Wander-Transformatoren". In plaats van de transformator tussen balken in een kuilwagen te hangen, vormden deze balken een integraal onderdeel van de transformatorkast. Aan weerszijde van de transformator waren bevestigingspunten voor de wielstellen. De transformator was hierbij een zelfdragende constructie. Smit Transformatoren heeft dit type ook voor de export naar Duitsland gemaakt.
De wat omslachtig aandoende transportroute heeft niet alleen te maken met de maximale belastbaarheid van trajecten en bruggen maar vooral ook met het voorkomen van vertragingen van het normale personen- en goederenverkeer. Er moest langzaam gereden worden en het remmen moest uiterst subtiel geschieden om kern en wikkelingen niet te hoge versnellingskrachten bloot te stellen. Stoppen tegen stootbuffers bij het rangeren bijv. kon ontoelaatbare versnellingskrachten te weeg brengen. De kuilwagen kon dus niet zondermeer aan een trein voor normaal goederen transport gekoppeld worden. Later werden, m.n. door export naar aardbevingsgevoelige gebieden in de USA. "aardbevingsvaste"kern en wikkelingsconstructies ontworpen. Deze uitvoering maakte minder subtiel spoortransport mogelijk.
Erik de Vries.
Schrijf reactie (0 Reacties)Op 19-04-2016 was het precies 130 jaar geleden dat de eerste openbare elektriciteitscentrale van...
Op 01-07-2016 was het exact 130 jaar geleden dat de elektrische straatverlichting in Nijmegen in...
Op zondag 5 mei 2013 was het precies 90 jaar geleden dat de radiotelegrafieverbinding tussen Nederland en...
Begin 2010 vond ik bij toeval de website "Dancinginbombshelters.com" en zag de beschrijving van een dagboek...
Wereldtentoonstelling Parijs 1900Van 15 april tot 19 november 1900 werd de Wereldtentoonstelling in...
De voorbije tijden en het prille begin, 1885..1916 Voor de beeldvorming over de technische...
Contact gegevens:Stichting Willem Smit Historie Nijmegen
Binnenvaart 15
6642 CT Beuningen (Gelderland)
E-mail: info@willemsmithistorie.nl
Mobiel: 06 19009274
KvK nummer: 58361855
ANBI erkend.
